Anabolen 

Doping bij de beesten af

Monday 01 November 2004
185
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

In Europa is het opvoeren van de spiermassa van vee met farma- ceutische middelen verboden. In Australië en de VS niet. Sport en Fitness neemt een kijkje in de veterinaire laboratoria aan de an- dere kant van de oceaan en concludeert dat de sporters van de toekomst voorlopig geen gendoping nodig hebben. Met antilichamen moeten ze ook een eind kunnen komen.

 

Als je over de juiste connecties beschikt kun je er nu al je hand op leggen. De rest moet nog een paar jaar wachten tot de eerste myostatinblokkers op de markt komen. Myostatin is een eiwit dat spiercellen maken om hun eigen groei af te remmen en te voorkomen dat het organisme teveel energie besteedt aan de aanmaak van musculatuur. Haal dat myostatin weg en spierweefsels ver- dubbelen in omvang. Het Amerikaanse concern Wyeth werkte al enkele jaren samen met onderzoeksgroepen die myo- statin onderzochten, en kondigde een paar maanden geleden aan dat het inmiddels over een humaan preparaat beschikt. Volgens het jaarverslag is het concern dit jaar begonnen aan proeven op mensen.

Nieuwe spieropbouwers?

Het preparaat, dat voorlopig MYO-029 heet, is bedoeld voor verzwakte ouderen en mensen met aids of kanker. Iedereen weet echter dat er ook in de krachtsport warme belangstelling voor de spieropbou- wer zal zijn. Het aantrekkelijke is vooral dat hij volgens de proefdierstudies alleen in de spieren werkt en verder geen bijwerkingen heeft. Logisch, want alleen spier- cellen maken myostatin. Behalve dat het betrekkelijk veilig is zorgt het middel waar- schijnlijk ook voor een aantrekkelijke fy- siek. Volgens geruchten uit het bodybuildingmilieu kampen atleten die veel groeihormoon en insuline gebruiken vaak met het probleem dat die combo be- halve de spieren ook de organen in de buik laat groeien. Daardoor zou de middensec- tie van de bodybuilders onevenredig in omvang toenemen. MYO-029 zou dat effect niet hebben. Dus als je straks een body- builder met de spier van Ronnie Coleman maar het middeltje van Frank Zane op de planken ziet staan, denk dan aan je lijfblad en zeg tegen iedereen die het horen wil: ‘Sport&Fitness heeft dit in 2004 al voor- speld!’ En nu we toch aan het voorspellen zijn: er zouden op korte termijn wel eens meer nieuwe spieropbouwers op de markt kunnen komen. Want waar de myostatinblokker vandaan komt is nog veel meer. Dan hebben we het dus over het veterinai- re onderzoek. Er is een koeienras, de Belgische Blauwe, dat door een genetisch mankement weinig myostatin aanmaakt en waarvan de exemplaren monsterlijk groot worden. Zo groot, dat veefokkers al snel

het idee hebben laten varen om door gentechnologie of kruisingen ook bij andere soorten zo’n genetisch defect te veroorzaken.

De embryo’s en de foetussen van de dieren worden zo groot, dat ze niet meer op de normale manier kunnen worden geboren. Er is een keizersnee voor nodig. In de tijden dat er nog geen veeartsen waren lie- ten Belgische Blauwe-koeien vaak het leven als ze kalfjes kregen.

Als je straks een bodybuilder ziet met de spier van Ronnie Coleman maar het middeltje van Frank Zane, zeg dan tegen iedereen die het horen wil: ‘Sport&Fitness heeft dit in 2004 al voorspeld!’

Antilichamen

Daarom zijn wetenschappers van buiten- landse vleesbedrijven gaan zoeken naar een manier om pas na de geboorte het gen uit te schakelen. En daarvoor keken ze naar het immuunsysteem. Het immuunsysteem reageert op vreemde eiwitten en kapselt ze in met antilichamen. Dat princi- pe kun je ook gebruiken om lichaamseigen eiwitten te neutraliseren. Je maakt mense- lijke myostatin in het laboratorium en in- jecteert dat in een rat of een konijn. Die herkent het myostatin als een vreemde in- dringer en gaat antilichamen aanmaken die het myostatin neutraliseren. Die antili- chamen filter je uit het bloed van het dier, en breng je daarna weer bij een mens naar binnen. En als de antilichamen werken, dan maak je een bacterie die de antilicha- men voor jou op grote schaal produceert. Het is een eenvoudige technologie, maar tot voor kort waren antilichamen in de praktijk te duur om ze als medicijnen op de markt te brengen. Maar dat is aan het veranderen. En als er straks myostatinblok- kers op de markt kunnen komen, dan kun- nen andere, soortgelijke middelen met een anabole werking dat waarschijnlijk ook. Veterinaire onderzoekers hebben er tien- tallen ontwikkeld. Ze kwamen ze bijvoor- beeld op het spoor toen ze in de jaren tachtig probeerden het spieropbouwende effect van de anabole steroïde trenbolone te evenaren met andere middelen. Trenbolone bleek in proeven bij- voorbeeld de aanmaak van het stresshormoon en de notoire spierslo- per cortisol te verlagen. Het lichaam maakt pas cortisol aan

als het daarvoor van het eiwithormoon ACTH de opdracht krijgt. Daarom ontwik- kelden onderzoekers antilichamen die het ACTH uitschakelden, op ongeveer dezelfde manier waarop myostatinblokkers myosta- tin neutraliseerden. Een ander effect van trenbolone was dat het de stofwisseling verlaagde. Onderzoekers hebben ook dat effect willen imiteren met antilichamen die het hormoon nor-adrenaline afbraken. Die ACTH-blokker werkte trouwens, de nor- adrenalineblokker niet. Dieren die het middel kregen bouwden niet meer spieren op. Tien jaar later, in de jaren negentig, ontdekten onderzoekers ook dat ze antili- chamen konden maken die net zo werkten als clenbuterol en groeihormoon. De onderzoekers ontwikkelden die omdat consumenten nerveus werden over de resten van hormonen en andere middelen in hun vlees. Als je koeien met klassieke hormonen behandelt is dat niet te voorko- men. Maar als je antilichamen zou kunnen maken die hetzelfde werken als de groei- bevorderaars, dan is dat probleem opge- lost. Antilichamen breken makkelijk af. Daarom gaven de onderzoekers hun proef- dieren eerst grote hoeveelheden groeihor- moon of clenbuterol. Daardoor maakte het lichaam van die proefdieren antilichamen tegen die stoffen. De onderzoekers visten die antilichamen uit het bloed van hun proefdieren. Nu moet je bedenken dat antilichamen als het ware om het molecuul heen gaan zitten dat ze moeten neutraliseren. Een antilichaam is daarom een soort mal van de stof die hij onschadelijk maakt.

Als je die antilichamen nou weer in hoge concentraties bij een dier naar binnen- pompt, dan maakt dat dier antilichamen tegen antilichamen. En die tweede genera- tie antilichamen kunnen soms dezelfde ei- genschappen als de stoffen die de eerste generatie antilichamen moesten neutrali- seren.

‘Sporters uit de rijke landen hebben waarschijnlijk toegang tot middelen die dopingjagers niet kunnen opsporen’

Het eindresultaat is dan een antilichaam dat geen clenbuterol is, niet door een test voor clenbuterol wordt opgemerkt, maar dat wel als clenbuterol werkt. In theorie dan. Het is onderzoekers nog niet gelukt om antilichamen te maken met een clenbuterol-effect. Maar met groeihormoon slaagden ze er wel in.

Olympische Spelen

Toen ik dit stukje aan het schrijven was verscheen er in een Amerikaanse krant een stukje over de dopinggevallen op de Olympische Spelen. Het viel journalist Mark Zeigler op dat er maar zo weinig ge- pakte sporters uit rijke landen kwamen, en dat ze vooral werden gepakt op wat we maar openluchtmuseumdoping zullen noe- men: stanozolol, testosteron, clenbuterol. ‘De sporters uit de rijke landen hebben waarschijnlijk toegang tot middelen die de dopingjagers niet kunnen opsporen’, denkt Zeigler hardop. Ik denk dat ik weet welke middelen dat zouden kunnen zijn.

Advanced Fitness: Optimale schildklierfunctie
Pure kracht