Anabolen 

Myostatineblokkers - de verborgen dopingrevolutie

Saturday 08 January 2005
206
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

Experts speculeren al een paar jaar over de komst van een nieuwe generatie anabole dopingmiddelen die het eiwitje myostatin uitschakelen. Maar misschien gebruiken de toppers die blokkers al lang. Sport en Fitness bericht over een nieuwe fase in de dopinggeschiedenis die in alle stilte is begonnen.

Het komt door genetische doping, zeggen de geruchten. Daaraan heeft Ronnie Coleman, de 41-jarige bodybuilder die de wedstrijdbodybuilding op dit moment domineert, zijn spectaculaire fysiek te danken. Coleman’s wedstrijdgewicht van 134 kilo is ongeëvenaard, zeker als je daarbij bedenkt dat de man de strepen op zijn gluten heeft staan. En het meest angstaanjagende is nog wel het gemak waarmee Coleman harde kilo’s vlees kan aanzetten.

Hij heeft het in 2002, toen hij al jaren trainde en op hoog niveau actief was, gepresteerd om in een tijdspanne van een jaar een sprong van vijftien kilo te maken. Coleman moet een geheim wapen hebben, zeggen de geruchten. Iets ongekends. Iets wat hem een voorsprong geeft op de anderen. Wat kan het anders zijn dan genetische doping? Theorieën over een duistere high tech-oorsprong van de musculatuur van legendarische bodybuilders horen bij de bodybuilding. Al in de vroege jaren zestig circuleerden in Amerikaanse bladen als Muscle Builder bijvoorbeeld geruchten over levensgevaarlijke tissue drugs, waar toenmalige favorieten als Joe Abbenda en Bill Pearl zich aan zouden bezondigen. De kern van die geruchten was waar. De tissue drugs waren anabole steroïden, en we weten dat ze al in 1957 door een Amerikaanse sportarts in de bodybuilding zijn
geïntroduceerd. De arts heette John Ziegler, hij had connecties met de fabrikanten Ciba en Winthrop, en hij gaf bodybuilders methyltestosteron en dianabol. In de jaren tachtig gonsde het weer van de geruchten. Dit keer gingen ze over STH of groeihormoon, een aanvankelijk uit stoffelijke overschotten gewonnen groeibevorderaar die moest verklaren waarom topbodybuilders in het kielzog van Lee Haney ineens met sprongen vooruitgingen. Achteraf, weten we, waren ook die geruchten op waarheid gebaseerd. Groeihormoonpreparaten belandden via ‘progressieve artsen’bij ambitieuze bodybuilders. Bedrijven als Kabi Vitrum, de voorloper van het huidige Pharmacia-Upjohn, voerden een agressieve campagne die het gebruik van groeihormoon moest bevorderen. Het verstrekken van groeihormoon aan sporters maakte daar deel van uit. In de jaren negentig werden de bodybuilderfysieken weer groter.

Dorian Yates en zijn tijdgenoten lieten zien dat de Lee Haney-fysiek geen eindpunt was in de ontwikkeling van de bodybuilding. Voor het verbijsterde oog van de wedstrijdbezoekers beklommen afgetrainde atleten met een lichaamsgewicht van honderdtwintig kilo het wedstrijdpodium. En weer gingen er geruchten over nieuwe middelen, die achteraf juist bleken. Ingewijden verklapten later dat de bodybuilders hadden geleerd hoe ze insuline moesten gebruiken als anabool. En nu zijn we dan in Coleman-tijdperk aangekomen. Ronnie Coleman heerst en domineert. En dat komt, speculeren insiders, door genetische doping. Ze vermoeden dat de reus, die nu dertig kwaliteitskilo’s zwaarder is dan Schwarzenegger in zijn hoogtijdagen, gebruikmaakt van genetisch gemanipuleerde virussen, die in de spiermassa de aanmaak van anabole groeifactoren als IGF-1 verhogen. Een gedurfde maar onwaarschijnlijke theorie.

Onderzoekers denken niet dat er op dit moment al gendoping voor mensen is ontwikkeld. In de International Journal of Sports Medicine vind je in een artikel van de Duitse dopingjagers Antonios Matsakas en Patrick Diel voer voor een aannemelijker theorie. Volgens de Duitsers is er inderdaad een nieuw type doping op de markt. Volgens Matsakas en Diel kunnen de kankermedicijnen batimistat en marimastat spieren opbouwen doordat ze de werking van het eiwit myostatin remmen. Myostatin is een natuurlijke rem op de spiergroei. In deze periode van overvloed en lichaamscultus is het interessant om uit te vinden of we dat eiwit kunnen uitschakelen. En dat is precies wat batimistat en marimastat doen.

De kankermedicijnen remmen metalloproteases, een groep enzymen die er in de spiercellen voor zorgt dat myostatin zijn werk kan doen. Minder metalloproteases, meer spiergroei. In reageerbuizen hebben onderzoekers al spiercellen laten groeien met deze middelen, en ook de belangrijkste onderzoeksgroep op het terrein van myostatin denkt dat deze middelen anabole potentie hebben. De groep, aangevoerd door Se-Jin Lee en Alexandra McPherron, verwierf in februari van dit jaar een patent op het gebruik van metalloproteaseremmers als spierversterker. Misschien zullen we over tien of twintig jaar horen dat dopinggoeroes al lang wisten van de anabole kwaliteiten van deze middelen. Als de goeroes goede betrekkingen met de farmaceuten hadden, hadden ze er in de jaren negentig aan kunnen komen. Toen begonnen farmaceuten al met experimenten op mensen.Op kankerpatiënten, want metalloproteaseremmers doden kankercellen. De meeste proeven verliepen teleurstellend. Niet alleen moesten de onderzoekers de medicijnen toedienen met een infuus, maar de proefpersonen kregen bovendien last van hun gewrichten.

Er lopen nog een paar trials met prostaatkankerpatiënten, en als die ook negatief uitvallen, dan valt het doek. Chemische sporters zullen er geen traan om laten, want er zijn alweer andere myostatineblokkers op het toneel verschenen. Medicijnfabrikant Wyeth maakte een paar weken geleden bekend dat het was begonnen te experimenteren met het nieuwe middel MYO029. Over de hele wereld geven een dozijn ziekenhuizen de blokker aan mensen met dystrofie, in de hoop dat het de voortgang van de ziekte stopt. Net als de geflopte kankermedi

cijnen uit de jaren negentig schakelt het middel het anti-spiergroei eiwit myostatin uit. Het verschil is dat de oude medicijnen via de omweg van metalloproteases werkten, en Wyeths nieuwe anabool myostatin direct neutraliseert. Zou Wyeth, of anders een concurrerende farmaceut die werkt aan een soortgelijk product, samples van de myostatineblokkers geven aan dopinggoeroes? Gewoon, om te achterhalen wat er gebeurt bij hoge doseringen? Het zou niet voor de eerste keer zijn dat er in de sport middelen opduiken waarmee farmaceuten experimenteren. Tijdens de Giro d’Italia van 2001 vielen Italiaanse politieagenten binnen in de hotels waar wielrenners overnachtten, en vonden toen zuurstofboosters die nog niet op de markt waren. Eén daarvan was RSR-13, een middel dat de zuurstof uit het bloed de spieren in jaagt. Het wordt gemaakt door Allos Therapeutics, de sponsor van Lance Armstrong. Geweldige renner, die Armstrong. Rijdt harder dan een renner ooit heeft gereden. Wint alles wat er te winnen valt, maar is nog nooit betrapt op doping. Je vraagt je af hoe hij het doet. 

 

•Journal of Sport History, Vol. 20. No. 1 (Spring 1993).
•Int J Sports Med 2005; 26: 83-89.
•Am J Physiol Cell Physiol 281: C1624-34, 2001.
•United States Patent Application 20050043232.
archief S&F 129
Vetverlies op probleemgebieden
KNKF Kenniscentrum zet succesvol traingsprogramma voort.