Bodybuilding  Anabolen 

De komst van testosteron

dinsdag 30 januari 2018
309
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

Ampullen met testosteron rolden al uit de fabrieken voordat de tweede wereldoorlog was begonnen. Adolf Hitler was een fervent gebruiker van het nieuwe hormoon, net als de negenjarige patiënten van sommige Amerikaanse psychiaters. Sport & Fitness verdiept zich in een stukje medische geschiedenis dat medici het liefst willen vergeten, en beschrijft het allerprilste begin van het anabolentijdperk.

Volgens handboeken begint het tijdperk van de anabole steroïden in 1960. In dat jaar peutert de arts John Ziegler van farmaceut CIBA een partij Dianabol los en gaat die uitproberen op bevriende bodybuilders en gewichtheffers. Al snel gaan sporters het anabole steroïde op eigen houtje gebruiken, vaak in hoge doseringen en in combinatie met andere middelen. In 1960 is het tijdperk van de synthetische hormonen echter al een kwart eeuw aan de gang. Dat tijdperk begint in 1935, als de chemicus en Nobelprijswinnaar Leopold Ruzicka de kranten haalt. Hij is erin geslaagd om uit cholesterol een stof te maken die de wereld zal veranderen, zegt de chemicus trots. Die stof heet testosteron. ‘Zwitserse en Duitse laboratoria zijn gereed om genoeg testosteron te produceren om alle homoseksuelen op deze wereld te genezen en alle oude mannen te revitaliseren’, tekenen journalisten op uit zijn mond. In die tijd beschouwen artsen homoseksualiteit nog als een ziekte. Dat past in het tijdsbeeld, waarin filosofen, wetenschappers en politici zich zorgen maken over de in hun ogen alsmaar zwakker wordende mens. Politici vallen voor het communisme en het fascisme, en wetenschappers zijn op zoek naar elixers en medicijnen die de spierkracht versterken, vermoeidheid verdrijven en de zin in seks opvijzelen. De rich & famous laten zich in die jaren behandelen door chirurgen die stukjes testikel van geiten of apen implanteren in het lichaam van ouderen. Anderen nemen injecties van ‘revitaliserende’ extracten uit urine of testikels. Vaak werken die extracten, soms ook niet. Onderzoekers weten inmiddels dat er in urine en testikels hormonen zitten die van mannen, mannen maken. Rijke maar oude miljonairs pompen kapitalen in de speurtocht naar die hormonen. Chemici isoleren tientallen verbindingen uit urine en materiaal uit slachthuizen, spuiten ze in bij ratten, en kijken naar de effecten. Als ze eenmaal ‘het’ mannelijk hormoon hebben gevonden, hopen de onderzoekers dat ze die kunnen synthetiseren enn als ze dat lukt, begint een nieuw tijdvak in de geschiedenis. Een tijdvak waarin oudere mannen net zo vitaal zullen zijn als jonge. Wanneer Leopold Ruzicka testosteron synthetiseert, lijkt het erop dat dit tijdperk is begonnen. De vraag naar het nieuwe synthetische hormoon is enorm. Twee jaar later, in 1937, rollen de eerste ampullen met testosteronpropionaat al uit de fabrieken van het Duitse Schering. Een bekend preparaat is Oreton. In de jaren die volgen bedelven onderzoekers de medische tijdschriften onder studies waarin ze het nieuwe hormoon uittesten op mensen. Testosteron blijkt in die experimenten een wondermiddel, dat mannen het gevoel geeft dat ze weer jong zijn. ‘Tenminste, zo lang we testosteron blijven toedienen’, merken artsen op in een artikel.

‘Als we ermee stoppen zijn de effecten in korte tijd weer verdwenen.’

Artsen van de Royal Infarmy in Bristol maken bijvoorbeeld een crème met testosteronpropionaat, en smeren die op de benen en buik van impotente mannen. De mannen verliezen vet, schrijven de artsen in het sjieke medische tijdschrift The Lancet. Ze worden hariger en gespierder. Sommige mannen, die kennelijk kwistig met de hormooncrème omspringen, ontwikkelen zelfs een lichaam ‘dat een bokser niet zou misstaan’. En inderdaad, in psychiatrische instellingen beginnen artsen met experimenten op homoseksuelen. In New York, in Kings Park State Hospital, geeft Hyman Barahal bewakers opdracht om veertig geestelijk zieke mannen uit te zoeken die wel eens zijn betrapt terwijl ze seks hadden met mannen. Uit die veertig kiest Barahal de tien mannen die zich het minst vaak hoeven te scheren, en geeft ze vanaf dan vier maanden achtereen injecties met Oreton van Schering. De arts gelooft aanvankelijk nog in de theorie dat een tekort aan mannelijk hormoon mannen homoseksueel maakt. Het injecteren van Oreton heeft effect, merkt Barahal. De mannen krijgen meer lichaamshaar, soms voelen ze zich prettiger. Ze masturberen vaker maar moeten dokter Barahal bekennen dat ze nog steeds fantaseren over mannen. En ze worden vaker dan vroeger betrapt als ze seks hebben. Met mannen. ‘Homoseksualiteit heeft niets met hormonen te maken’, concludeert Barahal gelaten. ‘En homoseksuelen worden ook niet minder homoseksueel als je ze mannelijke hormonen geeft.’ Barahals experimenten kunnen nu, in de 21ste eeuw, niet meer door de beugel maar de proeven die in diezelfde periode in nazi-Duitsland plaatsvinden zijn erger. In nazi-Duitsland doet de Deense arts Carl Peter Vaernet proeven op gevangenen die zijn opgepakt door een speciale eenheid die homoseksualiteit en abortus bestrijdt. De nazi’s moeten niets van homoseksualiteit hebben. Slecht voor het geboortecijfer, vindt Heinrich Himmler, Hitlers rechterhand, zeker nu het Duitse rijk soldaten nodig heeft. Vaernet gelooft, net zoals zijn collega Barahal aanvankelijk deed, dat een tekort aan mannelijke hormonen mannen homoseksueel maakt. Hij heeft een manier ontdekt om daaraan iets te doen: een implantaat dat testosteron afgeeft in de bloedbaan. Vaernet biedt de nazi’s aan het probleem voor ze op te lossen en vindt een gewillig oor. Vaernet krijgt een riant salaris en alle faciliteiten die hij nodig heeft. Aanvankelijk experimenteert Vaernet op dieren. Zijn buren klagen steen en been over de tientallen hanen die de arts bij wijze van experiment heeft uitgerust met testosteronimplantaten.

De dieren kraaien onnatuurlijk hard, vaak en lang. Vanaf 1942 stopt Vaernet zijn implantaten in mensen, meestal gevangenen in het concentratiekamp Buchenwald. Van de veertig mannen die een implantaat in hun lies krijgen gaan er twee dood door ontstekingen die optreden na de ingreep. De overlevenden bezweren dat Vaernets ‘Pressling’ – zoals de arts zijn schroefvormige implantaat noemt – normale hetero’s van ze maakt. Om dat te controleren neemt de SS de mannen mee naar een bordeel waar ze ‘het’ moeten doen met vrouwen, onder toeziend oog van soldaten. Wat het slagingspercentage van Vaernets hormonale ingrepen ongetwijfeld opkrikt is de Duitse wet. Die zegt dat homoseksuelen de doodstraf verdienen. Vaernets proefpersonen zorgen er wel voor dat ze worden ‘genezen’. Wanneer de oorlog voorbij is, nemen de Britten Vaernet gevangen. In de gevangenis doet de arts zaken met een chemieconcern dat geïnteresseerd is in zijn implantaat. Zodra Vaernet een flinke som geld op zijn bankrekening heeft gekregen, neemt hij de benen. Hij ontsnapt hij naar Argentinië, waar hij in 1965 zal overlijden. Tot het einde van zijn leven is hij bang geweest dat nazi-jagers hem zouden arresteren. Vaernets implantaat is nooit op de markt gekomen. Wel heeft het model gestaan voor implantaten die onderzoekers later voor veterinaire doeleinden hebben ontwikkeld, en die koeien bijvoorbeeld meer melk moeten laten geven. In patenten van die veterinaire implantaten vind je verwijzingen naar het patent van Vaernets Pressling. Terwijl Vaernet in de concentratiekampen zijn lugubere experimenten op gevangenen uitvoert, krijgt ook de machtigste man van naziDuitsland testosteron toegediend. 

Adolf Hitler laat zich geregeld injecteren met Scherings Testoviron, blijkt uit de dagboeken van Hitlers lijfarts Theodor Morell. Hoe vaak de dictator Testoviron krijgt wordt uit de dagboeken niet duidelijk, maar per keer injecteert Morell een ampul van 25 milligram testosteronenantaat. Het synthetische mannelijke hormoon is nog één van de onschuldiger chemicaliën die Morell in Hitlers lichaam spuit. De lijfarts injecteert de Führer meestal met een cocktail van glucose, vitamines, het vrouwelijke geslachtshormoon estradiol, corticohormoon, het amfetamine-achtige nikethamide en allerlei onduidelijke extracten uit dierlijk materiaal. Naarmate de oorlog vordert en de geallieerden de Duitsers steeds verder in het nauw drijven laat Hitler zich vaker door Morell behandelen. De injecties geven hem een gevoel van kracht. Dat kan de Führer goed gebruiken als de rapporten over in de pan gehakte legereenheden binnenstromen. Historici vermoeden dat door die cocktails Hitler zich op het einde van de oorlog steeds merkwaardiger gaat gedragen en ook steeds vaker foute beslissingen neemt. En dat, zeggen de geschiedkundigen er meteen bij, is misschien maar goed ook. Als de tweede wereldoorlog op zijn einde loopt is uit dierproeven gebleken dat testosteron bijwerkingen heeft. Het hormoon werkt prostaatkanker in de hand. Testikels van ratten die testosteron krijgen krimpen, omdat toediening van het hormoon ertoe leidt dat het lichaam zelf geen testosteron meer produceert. Bovendien leven oude ratten niet langer als je ze injecteert met het hormoon. In sommige proeven leven de ratten zelfs korter. Testosteron is dus geen ‘verjongingshormoon’. Wel geeft toediening van het hormoon oude ratten meer zin in seks.

‘Maar als de conditie niet verbetert, is die toegenomen seksdrive onnatuurlijk’, aldus onderzoekers van het Britse Lister Institute. ‘En bovendien medisch ongewenst.’ De kritische geluiden maken weinig indruk, ook niet als artsen de bijwerkingen ook vinden bij menselijke gebruikers. Als de oorlog is afgelopen is testosteron nog steeds ‘hot’. Sommige psychiaters vinden dat uitgebluste mannen het moeten gebruiken, als die hun ambitie kwijtraken of gewoon vaak moe zijn. In tijdschriften verschijnen verhalen van mannelijke testosterongebruikers, die lyrisch zijn over de effecten van het hormoon. Het zijn vaak oudere mannen, die merken dat ze door testosteron lichamelijk weer net zo sterk worden als toen ze jong waren. Maar niet alleen mannen op middelbare leeftijd gebruiken testosteron. Amerikaanse psychiaters geven al testosteron aan jongens tussen de negen en zestien jaar oud. De psychiater William Schonfeld, verbonden aan Columbia University in New York, heeft sinds de jaren dertig honderden onzekere jongens behandeld met methyltestosteron en amfetamine, bekent hij in een artikel dat in 1950 verschijnt. Met Schonfelds patiënten is niets mis. Ze zijn alleen dik of hebben niet zulke dikke spierballen. Daardoor zijn de jongens onzeker of hebben ze het idee dat ze tekortschieten. De makkelijkste manier om daaraan iets te doen is de jongens gewoon het lichaam te geven dat ze willen, vindt Schonfeld. Dus geeft hij ze amfetamine als ze dik zijn, en testosteronpropionaat of methyltestosteron als ze weinig spieren hebben. Schonfeld werkt met kuurtjes van twee tot drie maanden, waarin hij zijn patiënten twintig tot dertig milligram methyltestosteron per dag geeft. Na een rustpauze van twee maanden laat hij zijn patiënten weer met een nieuwe kuur beginnen. Hebben de jongens teveel vet in hun borststreek, dan stuurt de psychiater ze naar een plastisch chirurg. Afslankmiddelen, anabole steroïden en plastische chirurgie om het ideale lichaam binnen handbereik van tieners te brengen. Het was er allemaal al in de jaren veertig en vijftig. Je vraagt je af of de eerste sporters die met hormonen experimenteerden de kunst niet hebben afgekeken van psychiaters als Schonfeld. Artsen en wetenschappers noemen dat gebruik van spierversterkende hormonen in de sport graag ‘misbruik’. Sporters gebruiken anabolen en testosteron op een foute manier die haaks staat op de correcte manier om anabolen en testosteron te gebruiken, zeggen de artsen en wetenschappers.En die correcte manier, dat is de manier waarop artsen die middelen gebruiken. Het is een redeneertrant die heel overtuigend klinkt. Als je de geschiedenis van testosteron niet kent. 

Time Sep. 23, 1935; Aesth. Hast. Surg. 7:241-8; John Hoberman.
Testosterone Dreams: rejuvenation, aphrodisia, doping.
University of California Press, 2005; Time Dec. 26, 1938; Time Mar. 14, 1938; Time Dec. 25, 1939; Time Jul. 24, 1939; Time Jan. 22, 1940; Psychiatric Quarterly Vol 14, Number 2/June, 1940/319-30; J R Coll Physicians Edinb. 2005 Feb;35(1):75-82; US Patent 2,517,513; Time Oct. 27, 1947; Time May. 28, 1945; Psychosomatic Medicine 12:4954 (1950).
Photo by FotoKrzyzanowski on pixabay
Photo by Stijn Swinnen on Unsplash
Photo by Etereuti on pixabay
archief S&F 146
Waar spieren zitten, zitten geen hersenen en van het ijzer word je niet wijzer
Vaker en harder trainen met folfolipiden, eiwitten en aminozuren