Gezondheid 

Een liesblessure, wat nu ?

dinsdag 17 oktober 2017
45
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

Een liesblessure is verzamelnaam van pijnklachten in de liesstreek. Dit kan komen door een blessure van de spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen, maar kan ook een lokale, niet bacteriële, ontsteking zijn van peesaanhechtingen of een liesbreuk. Al met al kan er nogal het een en ander aan de hand zijn. Door het grote aantal spieren en dus ook pezen, kan dit een gecompliceerde blessure zijn. In dit artikel bekijken we wat er zoal aan de hand kan zijn, en wat je zelf kunt doen om deze klachten te voorkomen.

‘Zorg ook voor goed schoeisel (goede aansluiting en demping) met voldoende grip op de ondergrond waarop je traint.’

Oorzaken liesblessures

Een liesblessure kan ineens ontstaan, dan heb je het over een acute blessure, zoals bijvoorbeeld een spierscheur, of kan sluimerend over een langere periode ontstaan (= chronische blessure). We beginnen met de laatste. Een chronische liesblessure ontstaat meestal door overbelasting. Overbelasting kan meerdere oorzaken hebben:

• Het te snel opvoeren van de sportbelasting

• Veel eenzijdige bewegingen, bv draaibewegingen of zijwaartse bewegingen

• Regelmatig wegglijden bij een zijwaartse beweging (bv tennis)

• Grote krachten in combinatie met langdurige belasting, zoals het schieten van een voetbal met de binnenzijde van de voet

• Combinatie sport en (zwaar) werk

• Verminderde stabilisatie van het bekken, de spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen (adductoren) en de buikspieren zijn de belangrijkste stabilisatoren van het bekken. Zijn de buikspieren onderontwikkeld, dan kunnen de adductoren overbelast raken.

Er is een groot aantal sporten waarbij chronische liesblessures veel voorkomen: hardlopen, schaatsen, tennis, hockey, voetbal, enz. Een acute blessure ontstaat op moment dat er grote krachten in het spel zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lenigheidsporten zoals turnen waarbij spierscheurtjes kunnen ontstaan door overrekking (spagaat). Of voetbal, waarbij liesblessures veelvuldig voorkomen. Denk maar eens aan het onderuithalen van het standbeen door een tegenstander, het te hoog trappen van een bal, een zwaaibeen dat geblokkeerd wordt door de tegenstander. Ook tennis is een sport waarbij veel liesblessures voorkomen. Je kent wel die beelden van zijwaarts glijdende tennissers op een gravelbaan, tot stilstand komend, en weer snel de andere kant oprennend. Dit zijn allemaal situaties waarin acute blessures kunnen ontstaan maar een acute blessure kan chronisch worden als je er te lang mee blijft rondlopen. Daarnaast is het zo dat een chronische liesblessure de kans op een ‘extra’ acute blessure vergroot. Er zijn ook nog een paar factoren die de kans op een liesblessure vergroten. Een korte, slechte warming-up vergroot de kans op allerlei soorten blessures. Zorg ook voor goed schoeisel (goede aansluiting en demping) met voldoende grip op de ondergrond waarop je traint. Daarnaast zijn er nóg een aantal dingen die de kans op een liesblessure verhogen:

 

• Onvoldoende spierkracht in de adductoren:

• Te korte spierlengte adductoren

• Beenlengteverschil

• Gebruik van een te zware bal bij bv jeugdvoetbal

• Onjuiste nophoogte onder voetbalschoenen

• Natte en modderige sportvelden

Aan alle bovengenoemde zaken kun je het een en ander doen. Je kunt je spieren trainen zodat ze sterk genoeg zijn en ze bovendien rekken. Een beenlengteverschil kun je oplossen met behulp van een podoloog. Zorg er tevens voor dat je goed materiaal hebt en ga niet sporten op te natte en modderige sportvelden.

Klachten bij een liesblessure

De volgende klachten worden vaak waargenomen bij een liesblessure:
• Pijn in de lies, vaak uitstralend naar de binnenzijde van het bovenbeen.

• In het begin pijn na intensief sporten, later pijn tijdens het sporten die tijdens dezelfde training minder wordt, nog weer later voortdurend pijn tijdens de training.

• Pijn in rust, die heel heftig kan zijn.

• Het pijnlijke been in de richting van het andere been bewegen verergert de pijn.

• Het gevoel hebben dat het ondergoed de oorzaak is van het onaangename gevoel in de liesstreek.

• Uitstraling van de pijn naar onderbuik of genitaliën.

• Het hard en strak aanvoelen van het gehele bovenbeen bij een al lang bestaande liesblessure.

Anatomie liesstreek

Zoals je in figuur 1 kunt zien, komen er nogal wat structuren samen in de bekkenregio. De adductoren zorgen er voor dat je je benen kunt sluiten en bestaan uit: gracilis, adductor longus, adductor brevis en de adductor magnus.

Wat kan er nu allemaal aan de hand zijn bij een liesblessure?
• Spierscheur in één van de adductoren

• Irritatie of ontsteking van pezen of adductoren

• Pijn in de heup

• Een liesbreuk

• Irritatie van het schaambeen

Belangrijk! Heb je last van een liesblessure zoek dan professionele hulp van een (sport)arts of (sport)fysiotherapeut. Dit artikel is be
doeld om inzicht te geven in liesblessures, maar niet zodat je zelf doktertje kan gaan spelen!

Spierscheur adductoren

Deze blessure treedt meestal op in de spier-peesovergang of ter hoogte van de peesaanhechting aan het schaambeen. De meest gevoelige spier voor deze blessure is de adductor longus. De klachten zijn een scherpe pijn in de lies of aan de binnenzijde van het bovenbeen (zie figuur 2: AP = adductoren pijn).

 

 

De spieren van de binnenzijde van het bovenbeen voelen vaak stijf en hard aan. Ook is er pijn als je op deze plekken drukt. Ook de benen stevig tegen elkaar aan drukken doet pijn in het geblesseerde been. Soms kan er na een aantal dagen na het ontstaan van de blessure zwelling en een blauwe verkleuring ontstaan. Bij een ernstige spierscheur kan er een kuiltje zichtbaar of voelbaar zijn in de spier. De ernst van een spierscheur wordt uitgedrukt in 3 graden. Graad 1 is een milde spierscheur. De spierscheur is zo klein (microscopisch) dat hij niet zichtbaar is. Dit wordt ook wel een verrekking genoemd. Er is geen duidelijk krachtsverlies in de spier (zie ook figuur 3). Graad 2 is een matige spierscheur, met een duidelijke verscheuring van de spiervezels. Ook treedt hier een krachtsverlies op. Graad 3 is een totale ruptuur (afgescheurd). Dit komt gelukkig niet vaak voor. De herstelperiode van een 2e graads spierscheur kan twee tot twaalf weken of nog langer in beslag nemen, afhankelijk van de ernst van de blessure en de leeftijd van de sporter. Boven de 30 neemt de kwaliteit van het spierweefsel wat af en duurt het herstel langer. Vooral spierscheuren bij de peesaanhechting kunnen zeer hardnekkig zijn.

EHBO bij spierscheur

Bij een spierscheur is snelle EHBO belangrijk voor een vlotte genezing. Bij ernstige gevallen altijd naar een (sport)arts of Eerste Hulp Post van het ziekenhuis gaan! Wat kun je zelf doen: • Koelen! Plaats een cold-pack of ijs tien tot vijftien minuten op de pijnlijke plaats. Herhaal dit enkele malen per dag. Plaats het ijs of cold-pack niet op de blote huid, maar leg er een hand- of theedoek tussen. • Immobilisatie. Stop met sporten en steun niet meer op het pijnlijke been. • Compressie. Leg een drukverband aan. Dit helpt om bloedinkjes in het bovenbeen ten gevolge van een spierscheur te stelpen.

Adductor tendinitis

Adductor tendinitis (= peesonsteking) is een chronische blessure aan de liesstreek. De pezen van de Adductor Longus en Adductor Brevis zijn meestal verantwoordelijk voor de ontsteking bij de aanhechtingsplaats aan de onderzijde van het schaambeen (zie ook figuur 1). Er is niet altijd sprake van een ontsteking, maar soms van irritatie van de aanhechting en/of het botvlies waar de pezen op aanhechten. Een chronische peesontsteking kun je verdelen in 4 fasen:

  1. alleen pijn na het sporten

  2.  pijn na het sporten maar ook als je begint met sporten

  3.  pijn na het sporten maar ook tijdens het sporten

  4.  pijn in rust

 

Hoe eerder je ingrijpt bij een chronische blessure (fase 1 en 2), hoe sneller je er weer vanaf bent met de juiste behandeling. Wacht je echter tot fase 3 of 4 met het inschakelen van professionele hulp, dan ben je verder van huis en duurt het herstel een stuk langer!

Osteitis pubis

Een andere oorzaak van liesklachten is een instabiliteit van het bekken dat zich uit in irritatie van het schaambeen (= os pubis, -itis = irritatie/ontsteking). De klachten van sporters met osteitis pubis lijken heel veel op het klachtenpatroon van sporters met aandoeningen aan de adductoren: pijn bij krachtig sluiten van de benen. Bij osteitis pubis is het krachtig sluiten van de benen echter minder pijnlijk wanneer zij een zogenaamde bekkenband omhebben die het bekken stabiliseert. 

 

Liesbreuk

Een liesbreuk, ook wel eens ‘sportsman hernia’ genoemd, is een zwakke plek in de buikwand. Bij een traditionele liesbreuk (ook wel inguinale hernia genoemd) ontstaat er een uitstulping door druk van binnenuit door het tillen van zware dingen, buikspieroefeningen, hoesten en niezen (figuur 4).

 

De drukverhoging in de buikholte kan voor meer pijn zorgen maar dat hoeft niet. De pijn bij een liesbreuk is iets hoger gelokaliseerd dan bij pijn in de heup of pijn door een spierscheur in de adductoren (zie figuur 5). Bij een liesbreuk is een buikwandoperatie de aangewezen behandeling. Met behulp van een ‘matje’ wordt de buikwand verstevigd en is de uitstulping verdwenen. De revalidatieperiode na zo’n operatie is relatief kort (4-8 weken).

‘Zorg ook voor voldoende warme kleding zodat je spieren niet afkoelen.’

Heuppijn

Heuppijn (zie figuur 5) kan meerdere oorzaken hebben. Een mogelijke oorzaak is een klein scheurtje in het kraakbeen van de heupkom (labrumscheur van het acetabulum, zie figuur 6).

 

Mensen met een labrumscheur hebben een scherpe pijn in de heup bij activiteiten en pijn in de voorkant van het bovenbeen die erger wordt als het been gestrekt wordt. Ook wordt soms een klikkend geluid waargenomen en het gevoel dat de heup instabiel is. Deze klachten houden meer dan 6 maanden aan. Een andere mogelijkheid is een stress fractuur (zie figuur 7),

 

 

bijvoorbeeld een klein breukje in de dijbeenhals of schaambeen. Dit komt door chronische overbelasting met zware repetitieve krachten. Het botweefsel kan tussen de trainingen niet meer voldoende herstellen en uiteindelijk bezwijkt een gedeelte van het botweefsel. In sommige gevallen zijn atleten gevoeliger voor een stressfractuur:

• gebrek aan calcium en vitamine D; dit is een gebrek aan voedingsstoffen die nodig zijn voor sterk botweefsel.

• gebruik van glucocorticoïden; zij beïnvloeden het botweefsel metabolisme.

• Lage oestrogeenwaarden; bijvoorbeeld na de menopauze of bij topatletes die zo veel trainen en zo dun zijn dat ze niet meer menstrueren.

Een stressfractuur is een ernstige zaak! Atleten met een stressfractuur klagen over pijn aan de voorkant van de heup dat aanvankelijk aan het einde van de training optreedt. Na een tijdje is er geen training meer mogelijk, en nog weer later is het niet meer mogelijk de aangedane kant te belasten. Met andere woorden: een klein breukje kan een breuk worden die chirurgisch ingrijpen nodig heeft. Raadpleeg daarom altijd een (sport)arts of (sport)fysiotherapeut.

 

Atleten die het hoogste risico lopen op een stressfractuur rond het heupgebied zijn lange afstandlopers, springers (hoog-, ver-, en trampolinespringers), triatleten en dansers.

Weer een andere mogelijkheid van heuppijn is het gevolg van een verkorte spier: de iliopsoas (zie figuur 1). De verhoogde spanning van de verkorte iliopsoas zorgt ervoor dat de positie van de heupkop in de heupkom veranderd (hele kleine verandering). De nervus obturatorius (nervus = zenuw) stuurt de spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen aan, maar heeft ook aftakkingen naar het heupgewricht en het gewrichtskapsel. Verder stuurt de obturatorius ook de iliopsoas spier aan en moet dus door de fascie (heel dun bindweefselvlies om een spier of orgaan heen) van de iliopsoas spier. De kleine verandering van de heupkop in de heupkom en de verkorte iliopsoas zorgen samen voor continue prikkeling van de nervus obturatorius, waardoor deze geïrriteerd raakt. Het gevolg is een verhoogde spierspanning van de spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen. Spieren die gedurende lange tijd aanspannen (zonder ontspanning) krijgen te maken met een verminderde doorbloeding omdat de spierspanning de hele kleine bloedvaatjes tussen de spiercellen dichtdrukken. Het gevolg is een zuurstoftekort (ook wel ischemie). Houdt dit langere tijd aan, dan krijg je hierdoor ontstekingsverschijnselen in die spieren. Je moet het zien als een vicieuze cirkel die zichzelf in stand houdt. Deze situatie kun je dus herkennen aan pijnklachten in de lies die gepaard gaan met een hoge spierspanning van de spieren aan de binnenzijde van het geblesseerde been in combinatie met een korte iliopsoas spier. Als laatste de zogenaamde sport hernia’s. Er is tegenwoordig meer aandacht voor niet voelbare hernia’s. Zij zijn nog wel eens de oorzaak van langdurige liesklachten in voetballers, rugbyers en ijshockeyers. Dit kan zijn: een avulsie, dit is een afscheuring of losscheuring van de spieren rond het bekken of de fascie van deze spieren, een scheuring van de buitenste schuine buikspier of het platte, witte vlies dat om de pees zit (ook wel aponeurose genoemd) of een inklemming van de nervus obturatorius of nervus ilioinguinalis (stuurt een gedeelte van de buikspieren aan en ligt ook in de liesstreek).

Een beetje uitleg is wel op zijn plaats: Avulsies (losscheuringen of afscheuring van een pees bij de aanhechting op bot waarbij zelfs een klein stukje bot afbreekt) komen meestal voor bij jong volwassen sporters op drie locaties rond het bekken. Als eerste op de SIAS (spina iliaca anterior superior; nummer 2 in figuur 8). Dit komt door snelle samentrekkingen van de sartorius spier (die aanhecht op het SIAS) bij sporten waarbij veel gesprongen wordt. Als tweede op de SIAI (spina iliaca anterior inferior; nummer 5 in figuur 8). Dit komt door krachtige aanspanningen van de rectus femoris spier bij sporten waarbij er geschopt wordt, zoals voetbal. Als derde en laatste bij de tuber ischiaducum (zitbeenknobbel). Hier hechten de hamstrings op aan. Bij krachtige snelle aanspanningen zoals bij sprinten en hordelopen wil hier nog wel eens een (gedeeltelijke) losscheuring komen. Bij los- of afscheuringen op het SIAS en SIAI wordt er doorgaans niet gekozen voor een operatie, maar voor therapie. Een los- of afscheuring bij de zitbeenknobbel is lastiger en in dat geval wordt er eerst overlegd met een orthopeed over de behandeling.

Een zenuwinklemming kan ook de oorzaak zijn van liesklachten. Atleten met zenuwinklemmingen hebben pijn of gevoelloosheid in het gebied dat de zenuw aanstuurt. De behandeling bestaat uit injecties met corticosteroïden of bij terugkerende klachten een neurolyse. Dit is een chirurgische ingreep waarbij het samendrukken van het zenuwweefsel opgeheven wordt. Na een aantal weken herstel kan de sport weer opgepakt worden.

Oefeningen die je kunt doen

Voor sommige van de hierboven genoemde aandoeningen kunnen oefeningen het herstel van liesblessures bevorderen. Doe deze oefeningen alleen in overleg met sportarts en/of (sport)fysiotherapeut! Ga niet op eigen houtje experimenteren! De opbouw van de onderstaande oefeningen loopt van eenvoudig naar complex en van minder belastend naar belastend. Wanneer sportarts en/of (sport)fysiotherapeut het herstel ver genoeg gevorderd vinden, kan langzaam begonnen worden met sportspecifieke oefeningen. Bij sommige oefeningen heb je een zogenaamde dynaband nodig.

Liesblessures voorkomen

Voor veel sporters is een liesblessure een waar schrikbeeld, omdat het betekent dat er langere tijd niet gesport kan worden. Vandaar dat preventie heel belangrijk is. Wat kun je zoal doen om een liesblessure te voorkomen: Je kunt bovenstaande voorbeeldoefeningen doen om een (nieuwe) liesblessure te voorkomen. Bouw ze gewoon in je trainingsschema. Doe ook altijd een uitgebreide warming-up. Dit bereidt je lichaam voor op wat er gaat komen. Naast een goede warming-up kan het verstandig zijn om je eerste wedstrijden of zware trainingen preventief te laten tapen. Zorg ook voor voldoende warme kleding zodat je spieren niet afkoelen. En: Luister naar je lichaam, dat is je beste adviseur! 

Door : Janine Moeken en Eddy Wiegers
archief S&F 146
Je blessures te lijf !
vragen & Antwoorden : Haaruitval