Fitness 

De cabertoss

Sunday 01 June 2008
153
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

Het boomstamwerpen of ‘cabertoss’ is ongetwijfeld één van de oudste krachtmetingen ter wereld. Over de origine van dit onderdeel zijn er vele verhalen. De meest betrouwbare is dat er bij het kappen van bomen, de stammen werden afgevoerd in een rivier. De stam die vooraan in het water lag zou dan als eerste bij de verwerking aankomen, wat een financieel voordeel opleverde. Het werd dus een strijd om je stam zo gunstig als mogelijk in de rivier te werpen. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten van de voorouders van de Schotse clans, de zogenaamde ‘Taingels’, tijdens het jachtseizoen, werden er krachtmetingen gehouden in deze traditionele handelingen. Zo ontstonden de huidige Highland Games, waarbij de cabertoss wel het spectaculairste onderdeel mag worden genoemd.

Bij het huidige boomstamwerpen is het de bedoeling een boomstam over de kop te werpen. De stam stuitert als het ware om zijn as heen. Indien de stam op 180° ten opzichte van de looprichting van de atleet belandt is dit de allerbeste score. Deze scores worden weergegeven als de wijzers van de klok. De beste worp heet dan een 12:00 uur. Als de stam niet geheel over de kop gaat, maar iets zijwaarts is gevallen, dan varieert de score van 11:46 tot 12:14 uur, waarbij bijvoorbeeld een 11:50 een gelijke score oplevert als 12:10 uur. Een scheidsrechter loopt achter de atleet aan om deze score te beoordelen. Ook als de boomstam niet wordt getosst kan een atleet punten behalen. Een ‘side judge’ beoordeelt het aantal graden van de stam ten opzichte van de grond. Een score wordt toegekend indien de stam 40 tot 90° ten opzichte van de grond maakt. Uiteraard zal na 90 graden zal de stam omvallen in de looprichting. Onder de 40° heeft de atleet geen score.

Het gooien van een boomstam kan globaal in drie fases worden verdeeld:

1. de pick-up Voordat er geworpen kan worden dient de boomstam gecontroleerd te worden opgepakt. De atleet pakt de stam door middel van de zogenaamde bidstand vast en klemt hem tussen de schouders en de nek. De handen worden nu op een zo laag als mogelijke plaats op de stam geplaatst, door het buigen van de benen met een gestrekte rug. De rug maakt nu maximaal een hoek van 45° met de grond. Met een krachtige ruk vanuit de benen wordt de boom in één
beweging ophoog gelift en gebruik makend van de verticale snelheid van de stam worden de handen onder de stam verplaatst. De stam bevindt zich iets uit het midden van je lichaam doordat ie aan één zijde is ingeklemd tussen nek en schouders. Vaak worden de handen ingesmeerd met hars om zo een betere grip op de stam te verkrijgen. Hoe schuiner de stam staat ten opzichte van de grond, des te zwaarder zal hij wegen. De stam dient daarom zo recht mogelijk te worden getild.
2. balans. We hebben de stam nu opgetild. Er kunnen nu kleine correcties worden gemaakt door het bijsturen met de armen en nek. Met de benen kunnen grotere afwijkingen worden gecorrigeerd door het bijstappen in de richting van de disbalans. Pas als de atleet de boomstam geheel onder controle heeft, kan hij hem verder optillen tot een hoogte van ongeveer de middenrif met gebogen armen. Hierdoor komt het zwaartepunt van de stam zo hoog als mogelijk te liggen. Hoe hoger hij echter wordt getild, des te lastiger wordt het controleren. Als ie echter te laag wordt gehouden dan wordt het tossen wel weer erg bemoeilijkt. Houd in geen enkel geval de armen recht gelocked.

Als de boomstam te veel naar achter helt waardoor hij veel te zwaar wordt, dan wordt er aangeraden de stam los te laten door hem zijwaarts van je af te duwen. Je wilt in geen enkel geval in contact zijn met de stam als hij de grond raakt. Indien je stam nog, op enige manier, vast hebt als hij de grond raakt, dan kan hij gemakkelijk je sleutelbeen of kaak breken, of wellicht zelfs knock-out slaan.

3. de afworp De boomstam kan in beweging worden gebracht door het voorzichtig naar je toetrekken van de onderzijde gecombineerd met het van je af drukken met de schouder. Door het rennen met de boom wordt de nodige snelheid verkregen benodigd voor de afworp. Als de boom langer en zwaarder wordt is er meer snelheid nodig om de boom te tossen. Na het rennen wordt er abrupt gestopt door het naast elkaar zetten van de voeten. De voeten staan hierbij vóór het hoofd en de handen. Door de abrupte stop zal de stam de snelheid overnemen en van de schouder afschieten. Het moment van trekken is echter kritisch. Is de hoek te groot dan zal de atleet het volledige gewicht van de boomstam voor zijn kiezen krijgen, is  de hoek te klein dan is de tijd tekort om de stam nog te laten accelereren. Met een krachtige trekbeweging van de armen en een explosieve sprong met de benen en heupen wordt de boomstam omhoog gegooid. De trekbeweging van de armen dient haaks op de stam gericht te zijn waardoor de stam een draaibeweging in de lucht zal maken. Dit wordt verkregen door de armen ‘door te laten swingen’ tot achter het hoofd en tevens het strekken van de kuiten.. Indien deze beweging in de lengterichting van de boom zou zijn, zal de boom enkel een voorwaartse beweging maken en niet de gewenste draai. Als nu alles goed is uitgevoerd, zal de stam op de kop belanden en met voldoende snelheid over de kop vliegen. Een perfecte 12:00 uur !

Doordat de cabers wereldwijd verschillen worden van dit onderdeel geen records bijgehouden. De maten van de cabers variëren van 3 tot wel 8 meter, afhankelijk van de klasse van de atleten. Het gewicht, mede afhankelijk van de weersomstandigheden, zal tussen de 30 tot wel 80 kilo variëren. Er wordt er naar gestreefd dat nooit alle atleten de stam kunnen tossen. Hierdoor worden de echte mannen van de jongens onderscheden en zal er een mooi klassement ontstaan. De kans dat het onderdeel een loterij wordt is dan minimaal. Vaak wordt er gebruik gemaakt van een kortere kwalificatie boom, waardoor er al enkele atleten afvallen en zich niet plaatsen voor de werkelijke wedstrijdboom. In Nederland kennen we al een aantal specialisten. Het zal niemand verbazen dat Wout Zijlstra hiertoe behoort. Daarnaast mag ook Hans Lolkema uit Friesland tot de specialisten worden benoemd. De afgelopen jaren heeft Hans op de meeste wedstrijden dit onderdeel op zijn naam geschreven. Dat ook de jeugd aardig meedoet bewijst Arend van Oord. Ook Arend is de laatste jaren gegroeid tot één van de beste cabertossers van Nederland. 

tekst: Bert Stam
Photo by http://www.kadena.af.mil
archief S&F 146
Advanced training, zelfs squat moet er aan geloven
Belgisch paaldanskampioenschap 31 mei