Gezondheid 

Lichaamswarmte

Wednesday 01 January 2014
214
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

Iedereen heeft  bij biologie geleerd dat er koudbloedige en warmbloedige dieren bestaan. Bekende koudbloedigen zijn bijvoorbeeld reptielen. Bij hen is de lichaamstemperatuur voor een groot deel afh ankelijk van de omgevingstemperatuur. Zij moeten zich na een koude nacht in de ochtend door de zon laten opwarmen voordat ze optimaal functioneren. De basale functies blijven echter goed bij lage en hoge omgevingstemperaturen.

Warmbloedigen, zoals de mens, hebben altijd een stabiele lichaamstemperatuur en die is ook daadwerkelijk vereist voor allerlei basale stofwisselingsprocessen. Bij de mensen ligt deze rond de 37 graden. Daalt de lichaamstemperatuur een paar graden dan raken we al snel onderkoeld en dreigt schade of zelfs de dood. Anderzijds kan ook een stijging van onze temperatuur desastreuze gevolgen hebben. Een temperatuur boven de 42 graden wordt de meesten fataal.

Evolutionair hebben koudbloedigen een enorm voordeel op de warmbloedigen; zij hebben maar weinig voedsel nodig om te overleven want het op peil houden van de lichaamstemperatuur kost ongelooflijk veel energie. Een groot nadeel daarentegen is dat koudbloedigen binnen de evolutie op een bepaald ontwikkelingsniveau zijn blijven stilstaan. De grootste koudbloedige dieren hebben hersenen ter grootte van een knikker en zijn simpelweg gemaakt om te eten, te rusten en zich voort te planten. De warmbloedigen zijn intelligenter met de mens als een uitzonderlijk slim dier. De warmbloedige dieren hebben veel brandstof nodig en moeten regelmatig en veel eten. Sommige reptielen kunnen echter wel een jaar zonder voeding.

In de westerse levensstijl met al zijn overvloeden is het handhaven van een goede lichaamstemperatuur eigenlijk een peulenschil geworden. Er is nooit brandstoftekort. Bij de westerse (dikke) mens treedt echter een paradoxaal fenomeen op: veel dikke mensen hebben een relatief lage lichaamstemperatuur. Er is dus een overmaat aan brandstof maar deze wordt niet goed benut voor warmteproductie. In de volksmond wordt dit ook wel de ‘spaarstand’ genoemd. Er is een typische kip en het ei vraagstelling: was de warmteproductie niet voldoende, ofwel was het kacheltje te klein of slecht, en werd men daarom te dik? Of hebben dikke mensen zo’n ongezonde stofwisseling dat zij slechter worden in het produceren van warmte? Of is er eigenlijk helemaal geen probleem en zorgt de dikke speklaag voor isolatie waardoor men minder warmteproductie nodig heeft? Wetenschappers zijn er nog niet over uit.

Aannemelijk is dat de warmteproductie, het kacheltje, bij vrijwel iedereen bij de geboorte goed is, maar dat door bepaalde invloeden van de westerse levensstijl het vermogen om warmte te produceren afneemt. Het kacheltje wordt kleiner en/ of gaat slechter functioneren
Er is overigens een test om te kijken of je een te lage warmteproductie hebt. Daarvoor moet je drie ochtenden direct na het wakker worden je temperatuur opnemen. Zit je onder 36.4 dan zit je aan de lage kant en onder de 36.0 is de warmteproductie te laag. Deze test wordt vooral gebruikt om te kijken of er een te lage schildklierfunctie is. Hoe de schildklier en de lichaamstemperatuur verband met elkaar houden, kun je verderop lezen. Het blijkt dat zeer veel, vooral dikke mensen en mensen met een dieetverleden, volgens deze test een te lage schildklierfunctie hebben. Dit terwijl de bloedwaarden van hun schildklierhormonen gewoon goed zijn. Het gaat hier vooral om deze subklinische schildklierproblematiek en niet de klassieke hypothyreoidie.

Hoe bij zoogdieren de biochemische kachel werk,t is redelijk goed in de wetenschap beschreven. Vooral knaagdieren die temperaturen van vele tientallen graden onder nul kunnen overleven, zijn daarbij een belangrijk studieobject. Zij krijgen in de winter niet alleen een dikkere vacht, maar ook kunnen ze hun kachel enorm opstoken. Een van de basismechanismen daarvoor is te vinden in het mitochondrium; het energiefabriekje dat ons in staat stelt zuurstof te benutten om vetten en suikers te verbranden. Deze component is in de sportwereld beter bekend als de aerobe verbranding. Bij knaagdieren ziet men dat deze mitochondria in het bruine vetcellen de daarin opgeslagen vetten kunnen omzetten in warmte. De volwassen mens heeft nauwelijks bruin vetweefsel. Baby’s echter hebben nog wel behoorlijk wat bruin vetweefsel en kunnen dit prima gebruiken om warmte te produceren. Het grotendeels verdwijnen van het bruine vetweefsel met het volwassen worden, wordt beschouwd als een evolutionair normaal patroon. De laatste tijd laten praktijkvoorbeelden, zoals Wim Hof alias de ‘Iceman’, zien dat ook de volwassen mens zeer lage temperaturen gedurende uren kan weerstaan.

‘Uit onderzoek blijkt ook dat voor het aanmaken van de warmteproductie in de mitochondria schildklierhormoon nodig is.'

En dit proces lijkt trainbaar. Of iedereen net zulke stunts als de Iceman kan verrichten na veel koude douches en in ijswater zwemmen, valt te betwijfelen. Maar dat ieder mens beter wordt in het trotseren van kou zonder onderkoeld te raken blijkt uit het aantal mensen die dit beweren na de koudetrainingen van deze Wim Hof. De Iceman is overigens niet het eerste bewijs van dit fenomeen. Vele duizenden jaren doorstaan boeddhistische monniken lange koude winters op wat groene thee, een beetje rijst en groente en een soort boter. Net als de Iceman kunnen zij vooral goed koude weerstaan als zij meditatie en ademtechnieken toepassen.

Wat gebeurt hier? Het is voor de wetenschappers een raadsel, maar we kunnen wel een gok wagen. Er zijn blijkbaar weefsels die hun warmteproductie kunnen verhogen. Logisch nadenkend zou dit het resterende bruine vetweefsel kunnen zijn. Misschien kunnen we dit zelf weer aanmaken met voldoende koudetrainingen. Een ander weefsel dat vermoedelijk warmteproducerend vermogen heeft, is het spierweefsel. Tenslotte bevat dit ook veel mitochondria en hebben deze een overlap in functie met de mitochondria in het bruine vetweefsel.

‘Zij moeten dus krachttraining doen om hun spiermassa te vergroten en daarbij ook cardiotraining om hun mitochondriale dichtheid te verhogen.’


Hier zijn we direct aangekomen bij de verklaring voor de afnemende warmteproductie bij veel dikke mensen. Ten eerste sporten veel dikke mensen te weinig waardoor hun spiermassa en het aantal mitochondria afnemen. Ten tweede gaan mensen die het koud hebben zich warmer kleden. En ook gebruikt men geen meditatieve manier om de koude te weerstaan, daar is men te gestresst voor. Kortom, zij missen de sportieve trainingen om hun kachel voldoende groot te houden en ze doen niet aan koudetraining waardoor dit systeem lui wordt, men beheerst geen meditatieve mind-over-body technieken en tevens kun je verwachten dat ook het bruine vetweefsel verdwijnt. Overigens is cardiotraining de beste manier om meer mitochondria te krijgen.

Nu terug naar de schildklier. Het blijkt dat schildklierhormonen heel belangrijk zijn voor de warmteproductie. En een van de effecten van te lage schildklierhormoonspiegels is ook overgewicht en het niet kunnen afvallen. Uit onderzoek blijkt ook dat voor het aanmaken van de warmteproductie in de mitochondria schildklierhormoon nodig is. En dat als je proefdieren extra schildklierhormoon geeft zij meer mitochodria in de spieren aanmaken en hun spieren een duursportprofiel krijgen. Het lijkt er dus op dat bij dikke mensen ook de schildklierfunctie mee beweegt met de warmteproducerende weefsels, namelijk omlaag.

Als deze aannames waar zijn dan is een lage warmteproductie en een subklinische lage schildklierfunctie geen excuses meer voor de jojo’ers. Je kent ze wel: ‘Ik kan niet afvallen en wordt van een glas water dik want ik heb een trage schildklier.’ De echte patiënten buiten beschouwing latend hebben deze jojo’ers vermoedelijk een lui lichaam, geen ziekte. Zij moeten dus krachttraining doen om hun spiermassa te vergroten en daarbij ook cardiotraining om hun mitochondriale dichtheid te verhogen. Mediteren en koude douches nemen, helpt ook. En als laatste moeten zij voldoende eiwitten en koolhydraten eten, de meesten zijn namelijk geen monnik en voldoende voeding is nodig voor een goede schildklierfunctie. ¤

 

Website Iceman: www.innerfi re.n
Remco Verkaik
Shutterstock
archief S&F 167
Lance Armstrong verketter, enige kanttekeningen
Gezocht : Proteineshake testers (m/v)