Voeding 

Voeding dieet devolutie

Wednesday 01 January 2014
229
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

REVOLUTIE, EVOLUTIE, DEVOLUTIE

In de jaren zeventig van de vorige eeuw publiceerde de arts Robert Atkins het boek Diet Revolution. ‘Revolutie’ verwijst naar een radicale verandering in korte tijd. In dit geval het koolhydraatarm of zelfs geheel koolhydraatvrij maken van de dagelijkse voeding, teneinde reservevet te verbranden. Zo nieuw en revolutionair als Atkins het deed voorkomen, was zijn dieet helemaal niet, want in 1863 schreef de Engelse begrafenis ondernemer William Banting al een Letter on Corpulence Addressed to the Public. Een pamflet over vetzucht gericht aan het Engelse publiek. Banting zelf was ooit moddervet en ontdekte dat een vrijwel koolhydraatloos dieet hem sterk deed vermageren. Evolutie noemen we een proces van geleidelijke verandering, zoals het ontstaan van het leven en het door miljoenen jaren steeds perfecter worden van levende wezens met als voorlopig eindpunt de mens. Devolutie is in de biologie het woord dat verwijst naar een langzame of teruggang naar meer primitieve soorten. Hier gebruik ik ‘devolutie’ in relatie tot het dieet als een terugkeer naar prehistorische voedingsgewoonten, dus niet naar primitievere levensvormen. Of eenvoudiger gezegd: het paleo dieet in zijn verschillende vormen. Om te weten te komen wat onze verre voorouders generaties lang aten en op welke manier wij genetisch gevormd zijn door het dieet in lang vervlogen tijden. Vereist enig speurwerk.

OERMENS OF HOLBEWONER?

Vóór je een poging doet de voeding van de ‘oermens’ of ‘holbewoner’ te bepalen of althans in te schatten, is het wenselijk eerst eens te kijken wat we onder deze termen verstaan. Of, liever gezegd, de stadia van de evolutie van de moderne mens (homo sapiëns sapiëns) even op een rijtje te zetten. Vóór we daar aan toe zijn, moeten er toch eerst even drie hardnekkige fabels de wereld uit worden geholpen:

1. De mens stamt níet af van de aap, maar de mens en apen als gorilla’s chimpansees en orang-oetans, stammen af van een gezamenlijke voorouder. De splitsing zou zo’n acht miljoen jaar geleden hebben plaatsgevonden.

2. Een minderheid van hen die zijn grootgebracht met strips en cartoons als de Flintstones, denken dat de ‘oermens’ op dinosauriërs heeft gejaagd. Een anachronisme: de laatste dinosauriërs zijn 65 miljoen jaar geleden uitgestorven. De oudste sporen van de voorouders van de mens zijn 3,2 miljoen jaar oud. Dan hebben we het dus over Lucy, een Australopithecus.

3. De Neanderthaler was geen halfaap, maar een volwaardig lid van het geslacht homo. (zie kader)

‘Oermens’ en ‘holbewoner’ behoren tot het spraakgebruik en zijn niet wetenschappelijk gefundeerd. Want wat verstaan we onder ‘oermens’? De eerste homo sapiëns sapiëns (circa 250.000 jaar geleden) of gaan we terug naar de directe voorouders, de homo habilis (handige mens), die zo’n 2,5 miljoen jaar geleden leefde? Of de homo erectus (rechtopstaande mens) minder dan twee miljoen jaar geleden? Of gaan we nog een stapje verder terug?
De takken van wetenschap die zich richten op de evolutie van de mens zijn Paleontologie en Paleoantropologie.

GESLACHT HOMO

De mens behoort tot het geslacht homo. De voorouders van homo leefden uiteraard langer geleden. De oudste gevonden stenen gereedschappen dateren van circa 2,5 miljoen jaar terug. Ze zijn naar alle waarschijnlijkheid vervaardigd door de directe voorouder, de Australopithecus, kortweg: Australopith4. En nee, die kwam niet uit Australië, skelet resten zijn gevonden in het zuiden van Afrika (Austro = zuiden). Houd er overigens rekening mee dat wetenschappers nog vaak met elkaar overhoop liggen wat betreft de schakels in de keten der menselijke evolutie. In tegenstelling tot andere primaten, zoals gorilla’s, liep de Australopith rechtop. Zijn handen waren goed ontwikkeld en hij was capabel genoeg om de eerste grove stenen gereedschappen te kunnen maken. Dit ondanks een – vergeleken met de mens - kleine herseninhoud van maximaal 550 kubieke centimeter. Ter vergelijking: de moderne mens komt op gemiddeld 1350 kubieke centimeter.

Uiteindelijk moeten we terechtkomen bij de voeding van de mens in de oude steentijd, het paleolithicum. Die vuurstenen gereedschappen van 2,5 miljoen jaar oud betekenen nog niet dat homo, of in dit geval zijn directe voorouders, jagers waren. Het is waarschijnlijker dat de werktuigen gebruikt werden om vlees van de beenderen te schrapen en het bot open te breken, zodat het vetrijke beenmerg ter beschikking kwam. We kunnen er van uit gaan dat de Australopith en, naar verondersteld wordt, de latere homo habilis aaseters waren. Leeuwinnen, hyena’s en andere vleeseters laten in de meeste gevallen het karkas van een prooidier met nog wat aanklevend vlees liggen. Aasgieren, die na dat de predators hun buik vol hadden, op het karkas neerstreken, konden met stenen en stokken verjaagd worden.

Komen we op de term ‘holbewoner’. Inderdaad is er genoeg bewijs dat mensen en hun voorouders in de prehistorie beschutting zochten in grotten.

Net als een aantal andere dieren overigens. Een grot is een ideale verblijfplaats, alleen al omdat de temperatuur constant is (twaalf tot vijftien graden). Dat wil echter niet zeggen dat alle mensen in de steentijd in holen woonden. De vroegste bewijzen dat de prehistorische mens in holen bivakkeerde, zijn gevonden in Spanje en dateren van zo’n tachtigduizend jaar geleden. Bekender zijn de ‘grotten van Lascaux’ (Frankrijk) Op de wanden van de grot zijn fraaie schilderingen aangebracht die vooral de jacht weergeven, deze zijn echter relatief zeer jong (circa achttienduizend jaar).

De deskundigen zijn het erover eens dat de homo sapiëns sapiëns van Afrikaanse oorsprong is. Afrika is derhalve de bakermat van de mensheid. Alle fossielen en stenen gebruiksvoorwerpen van miljoenen jaren geleden zijn gevonden in Afrika. Men gaat er vanuit dat de - directe voorouder van - de mens zo’n anderhalf á twee miljoen jaar geleden migreerde naar Azië en nog wat later (een miljoen jaar geleden) naar Europa. Australië en Amerika werden door de mens pas 60.000 respectievelijk 35.000 jaar geleden bevolkt.

FOERAGEREN

Het is vrijwel zeker dat onze verre voorouders, net als andere primaten, de hele dag door aten wat ze konden bemachtigen. Geen drie maaltijden per dag dus, dat kwam pas later, veel later.

Volgen we de ontwikkeling, dan zien we dat de stenen gereedschappen steeds perfecter werden. Men ging scherpe, puntige stenen aan het eind van een stok monteren en zie: de eerste speer. Een wapen dat het efficiënt jagen op (groot) wild mogelijk maakte. En nu we het toch over groot wild hebben: in het stenen tijdperk was er nog de mega fauna. Grote dieren als de wolharige mammoet, de grondluiaard (zes meter lang), de 450 kilo zware holenbeer en het reuzenhert, waren potentiële maar niet eenvoudig te bejagen prooien.

‘Het dieet kon wisselen naar gelang de habitat.’


JAGERS VERZAMELAARS

Langzaam evolueerde de mens van aaseter tot jager/verzamelaar. Dat wil niet zeggen dat het eten van aas helemaal verdween. Dat was immers makkelijker te bemachtigen dan groot wild. Wat we liever over het hoofd zien, is dat zowel de voorouders van de mens als homo sapiens sapiëns zelf, naar alle waarschijnlijkheid ook kannibalen waren. Er waren zonder enige twijfel oorlogen tussen verschillende stammen, al was het maar om een vruchtbaar stuk land of een rijk jachtgebied. De verliezers werden, naar men aanneemt, vaak in rituele maaltijden opgepeuzeld. Enkele stammen in Afrika vertonen nog steeds kannibalistische eetgewoonten. Bij de moderne aanhangers van het paleo dieet staat mensenvlees echter niet op het menu. Voor alle duidelijkheid: er zijn nog steeds stammen (Afrika, Azië, Zuid Amerika) die hun voedsel verkrijgen door jagen en verzamelen.

De verdeling der taken was, naar alle waarschijnlijkheid, als volgt: vrouwen zochten naar vruchten, knollen, eetbare planten en noten, alsmede insecten en andere kleine dieren die relatief gemakkelijk te vangen waren. De jacht werd overgelaten aan mannen. Althans dat wordt verondersteld omdat bij opgravingen naast de resten van de gedode mammoet ook skeletten van mannen gevonden zijn. Je begrijpt het al: jagen om te overleven, kostte mensenlevens.

Belangrijk is het bestaan van een ‘thuisbasis’, een beschutte plek, waar de leden van een stam samen konden komen. Die thuisbasis kon een grot zijn, maar ook zelfgemaakte constructies van hout, riet en keien, de voorlopers van latere huizen.

HET OORSPRONKELIJKE PALEO DIEET

Het dieet kon wisselen naar gelang de habitat. Aan zee of rivier is vis een belangrijke proteïnebron. Vrijwel elke stam leefde in de nabijheid van een rivier of meer. Water is immers na zuurstof de eerste levensbehoefte van de mens. Pas daarna komen voedsel, beschutting en seks. De eerste conclusie die we kunnen trekken is dat de mens in het stenen tijdperk veel eiwitten binnenkreeg, naar schatting circa dertig tot veertig procent. Door het vet in beenmerg, zal het percentage vetten in de voeding ook zo’n dertig procent zijn geweest. Althans, wanneer er een groot prooidier werd gedood. Afgezien van de Inuit (Eskimo’s) in de poolstreken, die zeehonden en andere vette zoogdieren op het menu hadden, waren de bejaagde dieren niet vet, ze moesten zich immers snel kunnen verplaatsen en als ze daar door overgewicht (een te grote vetmassa) niet toe in staat waren, zouden ze al door veel beter voor de jacht toegeruste roofdieren gepakt zijn. De overige veertig procent werd dus geleverd door koolhydraten. Grove ongeraffineerde koolhydraten welteverstaan. De enige enkelvoudige suikers die de steentijd mens binnenkreeg, waren glucose en fructose uit vruchten. Regionaal zullen er belangrijke verschillen hebben bestaan.

In het European Journal of Clinical Nutrition van mei 2007 verscheen het artikel:

Effects of a short-term intervention with a paleolithic diet in healthy
volunteers.(Osterdahl M, Kocturk T, Koochek A, Wändell PE). Department of Neurobiology, Center for Family and Community Medicine, Care Sciences and Society, Karolinska Institutet, Huddinge, Sweden.


Een zogenaamde ‘pilotstudie’, een kleinschalig experiment waarbij vrijwilligers voor drie weken op een dieet gezet werden van wat zij zelf zouden kunnen vangen en verzamelen, het paleo dieet. Metingen bij de kleine groep van veertien vrijwilligers wezen op een toename van spiermassa, afname van vetreserves, verbetering van de body mass index (BMI)5, vermindering van de tailleomtrek. Dat lijkt allemaal leuk en aardig maar enkele kanttekeningen zijn wel op hun plaats:

• De onderzoekers zelf schrijven al dat de studie kort was, het aantal proefpersonen klein en verdere onderzoeken met grotere groepen (inclusief controle groepen) dringend gewenst.

• We kunnen er vanuit gaan dat de proefpersonen níet zelf gingen jagen, noch dat vruchten van de boom geplukt en knollen uit de grond gerukt werden. Vlees en de vis alsmede vruchten, noten en knollen zijn gekocht in de winkel. Zou je de werkelijkheid van de steentijd beter willen benaderen dan moet ook de inspanning die het kost om een mammoet of reuzenhert te doden en villen, geleverd worden. Een intensief trainingsprogramma is dus nodig om de werkelijkheid wat dichter te kunnen benaderen.

• Ook is er waarschijnlijk geen rekening mee gehouden, dat het vlees, de vis en knollen granen e.d. gedurende door de voorouders van de homo sapiëns sapiëns zeer lange tijd rauw gegeten werden. De oudste resten van kookvuren dateren van 400.000 jaar geleden. 

‘De eerste conclusie die we kunnen trekken is dat de mens in het stenen tijdperk veel eiwitten binnenkreeg, naar schatting dertig tot veertig procent.’

GEZONDE VOEDING?

Ja, in een gecontroleerd experiment in onze moderne maatschappij. De steenharde werkelijkheid van de steentijd is anders. Door het eten van rauw vlees bijvoorbeeld, ontstaan gemakkelijk voedselvergiftigingen, die vaak tot de dood leiden. En dan dat dierlijke vet uit beenmerg. We hebben altijd geleerd dat veel vetten met verzadigde vetzuren schadelijk zijn voor hart- en bloedvaten. Hoe vaak kwamen infarcten en beroertes als gevolg van langdurig hoog vetverbruik in de steentijd voor? Waarschijnlijk in het geheel niet. Hart- en vaatziekten door dichtslibben van (krans)slagaderen ontwikkelen zich met de jaren. De meeste hartaanvallen komen voor bij mannen boven de veertig. Bedenk dat de gemiddelde leeftijd onder de 25 jaar lag en dat maar weinig mannen in die tijd de veertig gehaald hebben.

FYSIEK

Hoe was de lichaamsbouw van mensen in de steentijd? De mensen waren minder lang dan de moderne homo sapiëns. Mannen zullen ongetwijfeld gespierd geweest zijn en weinig vet gehad hebben. Een te grote vetmassa belemmert deelname aan de jacht. Voor vrouwen ligt dat waarschijnlijk anders. Zij vergaarden de hele dag door voedsel, een laag intensieve bezigheid. In elk geval waren dikke vrouwen met grote borsten het meest geliefd in de late steentijd. Hiervan getuigt het dertigduizend jaar oude beeldje van de ‘Venus van Willendorf’. 

INGRIJPENDE VERANDERINGEN

Circa tienduizend jaar geleden zien we drie belangrijke gebeurtenissen:

1. Het einde van de jongste ijstijd.

2. Het uitsterven van de mega fauna.

3. De tijdelijke thuisbasis van de mens wordt tot permanente vestiging. Het begin van landbouw en veeteelt.

Deze fenomenen houden verband met elkaar. Men vermoedt dat de mega fauna is uitgestorven door overbejaging en – gewaagd - dat het wegvallen van belangrijke prooidieren de mens naar andere voedselbronnen deed uitkijken. Maar klimaatveranderingen (einde van de jongste ijstijd) zijn een waarschijnlijker oorzaak van de extinctie van de mega fauna.

Bovendien waren er ook kleinere dieren die makkelijker te bejagen waren. In elk geval ontstaat langzaam aan en over verschillende ver uit elkaar gelegen gebieden op aarde het fenomeen der permanente vestiging. Ook dat permanent moeten we niet te letterlijk nemen. In de eerste eeuwen zal er meer sprake geweest zijn van ‘slash and burn’ landbouw, een bepaald gebied zolang bebouwen tot de grond te arm was om nog eetbare gewassen voort te brengen. Kijken we naar bergvolkeren in de Gouden Driehoek (Thailand, Birma, Laos) dan zien we bijvoorbeeld stammen als de Akha die hoog in de bergen een dorp bouwen dat enkele jaren bewoond wordt. Is de grond uitgeput, dan vertrekt men weer en zoekt een nieuwe woonplaats voor een aantal jaren.

De thuisbasis wordt dus geleidelijk van samenkomstplek tot permanente vestiging. Men begon zelf gewassen te kweken in plaats van zaden, noten, granen en knollen uit de natuur bijeen te graaien. Het ontstaan van vaste woonplaatsen is (naar historische maatstaven) vrij plotseling en vond ongeveer in dezelfde tijd plaats in het nabije Oosten, Amerika en Azië. Hierdoor veranderde het voedingspatroon, of liever gezegd de lifestyle drastisch. Er werd nog wel gejaagd, maar geleidelijk aan werden hoefdieren en hoenders gedomesticeerd, zodat men de beschikking kreeg over melk en vlees. Door teeltkeuze, het selecteren van de beste exemplaren om zich voort te planten, werden runderen groter en granen groeiden van het formaat graszaad uit tot goudgele korrels van enkele millimeters tot een halve centimeter lengte. En dat was dan in een tijd dat genetische manipulatie in de landbouw en veeteelt nog niet bestond. Verder bestond het dieet voornamelijk uit ongeraffineerde koolhydraten. Het hele dorp was afhankelijk van een goede oogst en de granen werden opgeslagen om een voorraad te hebben voor tijden van schaarste. Het percentage koolhydraten in de dagelijkse voeding steeg tot waarschijnlijk zeventig tot tachtig procent. Dit kon bij een tekort aan vlees en vis, tot vitamine deficiënties leiden.

Interessant om te weten is dat de hele wereldbevolking zich voedt met niet meer dan vier verschillende koolhydraatleveranciers: tarwe (en in mindere mate andere granen als gerst, rogge en boekweit), rijst, maïs en (in Europa pas na 1700) aardappelen. Een niet al te gewaagde veronderstelling is overigens dat honden reeds als gezelschaps-, werk- en waakdieren werden gebruikt in de latere tijd van de jager/verzamelaar. Na de permanente vestiging, werd ook de kat een populair huisdier om de muizen en ratten uit de opslagruimten van granen te minimaliseren.

Het omschakelen naar een vaste woonplaats, maakte het ontstaan van een beschaving mogelijk. De oudste civilisatie ontstond zo’n zevenduizend jaar geleden in het gebied tussen de rivieren Eufraat en Tigris. Zeg maar ongeveer het huidige Irak.

SLOTSOM

Gedurende miljoenen jaren hebben de voorouders van homo sapiëns sapiëns zich gevoed met vlees, vis en ongeraffineerde koolhydraten. Ook homo sapiëns sapiëns leefde gedurende zo’n tweehonderdduizend jaar voornamelijk van rijke eiwitbronnen en grove koolhydraten.

Tienduizend jaar geleden verschoven de percentages en werd het aandeel van koolhydraten groter. Later werd ook melk aan het dieet toegevoegd. Je zou kunnen zeggen dat een ontwikkeling van miljoenen jaren, waarbij het spijsverteringssysteem werd geconditioneerd voor boven genoemde voedingsstoffen, niet in tienduizend jaar kan veranderen. De tijd is eenvoudig te kort.

Op grond van deze gegevens kunnen enkele adviezen gegeven worden:

1. Eet eiwitrijk (twintig tot dertig procent)

2. Wees matig met verzadigde vetten.

3. De belangrijkste les van de steentijd: vermijd geraffineerde suikers en eigenlijk alle geraffineerde koolhydraten. De mens is daar niet op ingesteld en de huidige overconsumptie van ‘lege koolhydraten’ is medeverantwoordelijk voor hart- en vaatziekten en diabetes. Eet ongeraffineerde koolhydraten, zoals onze verre voorouders (rond veertig tot vijftig procent van de energieopname).

Dit is míjn visie, maar de moderne aanhangers van het paleo dieet, schijnen daar ten dele anders over te denken.

PALEOLOGICA?

Ik ga hier nader in op de richtlijnen, die door collega Neo Caveman in S&F 165 werden opgesomd:

1. Eet groenten. Twee- tot driehonderd gram is niet genoeg wanneer je paleo wilt volgen. Des temeer je eet, des te beter. Mee eens. Hoewel juist groenten de grote kinderschrik zijn, leveren zij mineralen, ruw vezel en een aantal vitamines. Je doet er overigens goed aan hierbij niet te denken aan de bloemige kolen, gigantische kroppen andijvie en tomaten ter grootte van sinaasappels. Hoewel er grote eetbare planten geweest zullen zijn, moeten we toch eerder aan het formaat weegbree of klaver denken.

2. Eet geen suiker. Honderd procent mee eens. Vergeet echter niet dat heel veel kant en klare producten suiker bevatten. De enige suikers die je mag binnenkrijgen bevinden zich in vruchten in de vorm van glucose en/of fructose.

3. Eet geen bewerkte voeding. In het algemeen mee eens, kleur- en smaakstoffen en smaakversterkers heb je niet nodig, ook al is de veiligheid duizenden malen getest. Smaakversterkers als natrium glutamaat (Ve Tsin) kunnen acuut problemen geven. Duizeligheid en hartkloppingen bijvoorbeeld. Dit staat bekend als het Chinees Restaurant Syndroom. Conserveermiddelen kunnen een uitzondering vormen. Niet alleen in de vorm van vitamine C of E, maar ook sommige synthetische conserveermiddelen als BHT hebben een anti-oxidatieve werking. Zo heeft bèta caroteen ook een functie als natuurlijke kleurstof.

4. Eet geen melkproducten. Niet mee eens. In Afrika en Azië de bevolking voor meer dan negentig procent lactose (melksuiker) intolerant is en ditzelfde natuurlijk geldt voor naar Nederland gemigreerde mensen uit die werelddelen. Daarentegen is de gemiddelde autochtone Nederlander voor meer dan negentig niet intolerant. Zuigelingen hebben genoeg van het enzym lactase dat lactose afbreekt tot de samenstellende monosachariden glucose en galactose. Met het vorderen van de leeftijd neemt het lactase gehalte af. Bij bevolkingsgroepen die ook op latere leeftijd vanaf hun jeugd melkproducten gebruiken, blijft het lactase op peil en is lactose-intolerantie zeldzaam. Dit is het geval in grote delen van Europa. Geen reden om melksuiker te eten of drinken overigens. Yoghurt, kaas en andere melkproducten die gefermenteerd zijn bevatten geen of nauwelijks lactose meer. Met kaas zit het probleem in het hoge gehalte aan verzadigde vetten. Magere kaas smaakt minder goed, maar kan met mate gegeten worden. Het feit dat de prehistorische mens geen melk gebruikte, althans niet regelmatig en eigenlijk alleen als een zogend moederdier gevangen was en het jong werd gedood en opgegeten, tamelijk zelden dus.

‘Gedurende miljoenen jaren hebben de voorouders van homo sapiëns sapiëns zich gevoed met vlees, vis en ongeraffineerde koolhydraten.’

5. Eet absoluut geen granen. Absoluut oneens. Voor de bewering dat onze voorvaderen dat ook niet deden, ontbreekt iedere wetenschappelijke basis. Het tegendeel is eerder waar. Zaden bijvoorbeeld mogen wel gegeten worden in het paleo dieet. Welnu, graankorrels zijn zaden. De tarwe, gerst rogge en andere plantjes hadden uiteraard niet de wuivende halmen die we vandaag op de akkers zien. Stel je maar een polletje gras voor met dunne aren, waar deze zaden aan de top zaten. Een indirect bewijs, eigenlijk eerder een sterke aanwijzing, dat er wel degelijk granen gegeten werden, vinden we in de mond. Daar wordt het zogenaamde speekselamylase geproduceerd, een enzym dat complexe koolhydraten afbreekt. Deze voorvertering is vandaag de dag van zeer gering belang, zo niet geheel verwaarloosbaar. In de tijden waar we het over hebben, werden graankorrels, met omhulsel en al gekauwd en dat moest lang en grondig gebeuren. Daardoor is gedurende de evolutie dat speeksel amylase ontstaan. Natuurlijk moeten mensen met gluten intolerantie geen glutenhoudende granen eten. Gluten intolerantie (in ernstige vorm coeliakie genoemd) is een autosomaal overerfbare ziekte. Vandaar dat het in bepaalde families en bepaalde streken vaker voorkomt dan in andere. In Nederland wordt één op de driehonderd tot één op de zestienhonderd kinderen geboren met gluten intolerantie. Volgens het RIVM zijn er op de totale bevolking 85.000 mensen met gluten intolerantie. Er is een groot grijs gebied van (nog) gediagnostiseerde coeliakie, maar zelfs als we aannemen dat dit er nog eens 85.000 zijn dan komen we krap boven een procent van de bevolking uit. Bepaald geen reden om ongeraffineerde granen uit je dieet te laten. Volkorenbrood en volkoren pasta zijn een prima bron van complexe koolhydraten, die een vrij lage glycemische index hebben en dus niet voor abnormaal sterke insulineafgifte zorgen.

‘De belangrijkste les uit de steentijd: vermijd geraffineerde suikers en eigenlijk alle geraffineerde koolhydraten.’


HONGER LIJDEN

Wie werkelijk het voedingspatroon van de prehistorische mens wil nabootsen, moet niet vergeten periodiek hongerperioden in te lassen. Nee, niet een dagje vasten, maar in het ergste geval zelfs wekenlang. Als je het echt goed wil doen, tot je er haast dood bij neervalt. Oké, laten we zeggen een week vasten, wel water drinken natuurlijk want drie dagen zonder water is dodelijk. Als alternatief kun je een poosje zeer weinig eten. Kortom: een tijdelijk crashdieet met een handvol gevonden zaden, een uit de grond gegraven knol of nog net niet verdorde struik andijvie. En o ja, ben je strikt in de paleo leer? Ook geen proteïne op whey basis, en zeker ook geen vitaminetabletten, die slikten onze verre voorvaderen ook niet. 

DE NEANDERTHALER, MASSA- EN KRACHTMENS

In 1856 werd in een grot in het dal van de Duitse rivier Neander, een aantal skeletten gevonden, die zowel overeenkomsten met het menselijk geraamte vertoonden als verschillen.
Bij de eerste reconstructie van zo’n skelet werden fouten gemaakt. Men stelde de Neanderthaler voor als een gebogen halfaap. Zo werd de naam ‘Neanderthaler’ als spoedig tot scheldwoord en synoniem voor ieder mens dat als dom en onderontwikkeld werd beschouwd. Postuum racisme... Nadat elders meerdere skeletten werden gevonden, kwam men er achter dat het geraamte dat voor het eerst gereconstrueerd werd, tekenen van artrose en kyfose vertoonde en dat de Neanderthaler meer op de huidige mens leek dan eerst aangenomen werd.

Uit vondsten blijkt dat de Neanderthalers begrafenis riten uitvoerden, een zeker teken van een geloof in een leven na de dood. Er zijn ook vele gebruiksvoorwerpen gevonden. Hieruit kunnen we afleiden dat we te maken hebben met een denkend wezen. Vandaar dat de Neanderthaler nu tot de soort ‘homo sapiëns’ wordt gerekend. De herseninhoud was met 1500 kubieke centimeter iets groter dan die van de moderne mens (gemiddeld 1350 kubieke centimeter). Een groter hersenvolume betekent overigens nog niet automatisch een hogere intelligentie. Geleerden stelden een directe relatie vast tussen het hersenvolume van de Neanderthaler en zijn spiermassa. De gevonden botten waren grover, zwaarder en steviger dan die van homo sapiëns sapiëns. Dat betekent automatisch een grotere spiermassa. Bij een lichaamslengte van maximaal één meter zeventig, werd het lichaamsgewicht ingeschat op zeventig tot tachtig kilo. Met een BMI van bijna 28, zou de Neanderthaler naar huidige medische maatstaven te zwaar zijn. Onzin natuurlijk, het zijn vooral die zwaardere botten en grotere spiermassa, die het gewicht bepaalden. Die indrukwekkende spiermassa zorgde voor een groter hersenvolume. Er is bij alle dieren een relatie tussen lichaamsmassa en herseninhoud. Hetgeen overigens niet wil zeggen dat je door veel spiermassa op te bouwen ook grotere hersenen krijgt. Toch een argument om de dooddoener ‘waar spieren zitten, zitten geen hersenen’ te ontkrachten.

Enkele andere anatomische verschillen: brede schouderbladen, dikke schedel waarvan het dak iets achter het voorhoofd begint, kortere kuit- en scheenbenen in verhouding tot het dijbeen en kortere spaakbeen en ellepijp in relatie tot de bovenarm.

Rest ons de vraag te beantwoorden hoe deze soort, die immers zoveel sterker was dan de homo sapiëns sapiëns, zo’n 26.000 jaar geleden van de aardbodem verdwenen is.

Verschillende theorieën:

Een epidemie. Bacteriële infectie waar de homo sapiëns sapiëns wél en de Neanderthaler níet immuun voor was. Opgejaagd en uitgeroeid door de homo sapiëns sapiëns die het verschil in kracht compenseerde door in grote aantallen met betere wapens aan te vallen. Onwaarschijnlijk. Vermenging met en opgaan in de soort homo sapiëns sapiëns. Dit laatste is echter niet waarschijnlijk aangezien het mtDNA (mitochondriaal DNA) van de moderne mens, dat over de hele huidige wereldbevolking maar weinig verschilt, afwijkt van het mtDNA van de Neanderthaler.

Toch heeft twee á drie procent van de Europese bevolking Neanderthaler DNA, een bewijs dat er seksuele interactie heeft plaats gevonden. In tegenstelling tot de homo sapiens sapiens, werd door Neandenthaler stammen minder contact gelegd met anderen. De laatste resten van de Neandenthaler zijn gevonden in Gibraltar en zijn met de C14 methode gedateerd op zo’n dertigduizend jaar geleden.


Voetnoten:
1 Homo (L) = mens, sapiëns = denkend. De reden dat de moderne mens wordt aangeduid met ‘homo sapiëns sapiëns’ is om hem te onderscheiden van de Neanderthalers die ook tot de soort ‘homo sapiëns’ behoorden. 2 Van de mensapen is de chimpansee het meest verwant met de mens. 98.5 procent van het DNA is identiek. 3 Paleo (G) = oud, ontologie = wetenschap, antropos = mens. De antropoloog houdt zich vooral bezig met samenlevingsvormen en ontwikkeling van cultuur. 4 ‘Zuidelijke aap’, of ‘aap uit het zuiden’. Zo genoemd omdat de eerste skeletresten zijn gevonden in Zuid-Afrika.) 5 BMI is in Nederland beter bekend als Quetelet index. Oftewel het quotiënt van gewicht gedeeld door het kwadraat van de lengte.

Peter van der Zon
Shutterstock
Photo by Steven Zucker on Flickr
Photo by Lord Jim on Flickr
Photo by Carlos Lorenzo on Flickr
Photo Paleo food by "https://thoroughlyreviewed.com"
Photo Paleo Pyramid by KoiQuestion on Flickr
archief S&F 167
Gezocht : Proteineshake testers (m/v)
Definitie van dom: doe steeds hetzelfde en verwacht een ander resultaat. #overload #cardio