Gezondheid 

Agemanagement : Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen II

Friday 25 August 2017
227
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

INLEIDING

Allereerst even een begrijpelijk misverstandje uit de wereld helpen: Voor een aantal mensen is ‘Age Management’ zo ongeveer hetzelfde als ‘Life Extension’, maar hoewel ze elkaar overlappen, is er toch een subtiel verschil. Life Extension is te zien als een integraal deel van Age Management maar niet het enige. Met het vorderen van de technische en medische mogelijkheden, is het binnen niet al te lange tijd zeer goed mogelijk iemand aan slangen en klemmetjes te koppelen en op een soort intensive care afdeling het leven te rekken tot ver voorbij de honderdvijftig. Maar of een leven van deze kwaliteit het waard is geleefd te worden, daar zet ik meer dan één groot vraagteken bij. Kwantiteit, namelijk klinisch voor lange tijd in leven gehouden worden, staat tegenover kwaliteit: genieten van het leven, gezond functioneren, bij voorkeur tot op een zo hoog mogelijke leeftijd. Een leerling van de middelbare school zei pas: “Agemanagement? Dat is toch gewoon elk moment van je leven zo goed mogelijk door zien te komen?” Maar om dat nu als sluitende definitie te kiezen, gaat mij ook weer net even te ver. Hoewel het er in grote trekken, voor wat betreft je fysieke en mentale gezondheid, wel op neerkomt.

WAAR BEGIN JE?

We hebben verleden keer al gezien dat je de kwaliteit en de kans van slagen bij Age Management niet helemaal zelf in de hand hebt. Reeds ver voor je geboorte waren daar de genen waaruit jij nu bent opgebouwd en daar kunnen exemplaren tussen zitten die ineens actief worden als ziekteverwekker. De aandoening is als het ware voorgeprogrammeerd en je ziet een bepaalde ziekte vaker optreden bij familieleden, die immers allemaal datzelfde gen hebben. Of liever gezegd kúnnen hebben, want zeker is het allerminst, tenzij in geval van strakke inteelt. Dan is er je opvoeding die aan de basis ligt van een leefstijl. Dat kan goed uitpakken, maar kan ook iemand een ongezond eet- en leefpatroon bijbrengen. Zo kan het zijn dat je pas op je twintigste (of later) geleidelijk omschakelt naar een binnen het Age Management concept passende lifestyle. Twee bizarre reacties hierop kan ik niet onvermeld laten: een jongen van twintig die het allemaal wel heel mooi vond, maar reageerde met: “Ik ben pas twintig, daar kan ik later wel eens mee beginnen, ik wil nú van het leven genieten. Kom maar terug als ik veertig ben.” Even die zin uit elkaar rafelen: “Oh dat komt later wel, ik ben pas twintig. Age Management klinkt oud en is dus voor ouderen. Ik ben jong en voel me jong en energiek. Later dus.”

Impliciet wordt hier ook nog bedoeld dat je na je veertigste eigenlijk niet meer van het leven kunt genieten. Hierin ligt het idee opgesloten, dat Age Management niet leuk is. Je kunt kennelijk niet van het leven genieten als je een lifestyle aanhoudt van gezond eten, voldoende beweging en de nodige supplementen. Kwestieus, op zijn zachtst gezegd. Het tegenovergestelde is dat niet minder: “Age Management, zegt u? Nee, daar ben ik op mijn 54e toch echt wel te laat mee. Zeker na een leven van verkeerd eten, teveel alcohol drinken, roken en vooral: niet bewegen. Age Management? Daarvoor moet u bij de jongeren zijn. Ik word toch nooit achttien meer.” Dat laatste is juist, althans wanneer men zich aan de cijfertjes van de kalender vastklampt, in plaats van af te gaan op de biologische leeftijd. De kracht en vitaliteit van een achttienjarige zal de man of vrouw van boven de vijftig inderdaad niet meer bereiken. Daarbij blijft het nog maar de vraag of het wenselijk zou zijn, als dat wel zou kunnen. 

In de 36 jaar die tussen het 18e en 54e verlopen, heb je – naar we aannemen - het één en ander bijgeleerd, waarvan je geen weet had toen je achttien was. 

AANPASSEN AAN LEEFTIJD?

Het bovenstaande werpt echter wel de vraag op of de invulling van Age Management op elke leeftijd hetzelfde moet zijn. Met andere woorden: kun je iemand van twintig dezelfde leefstijladviezen geven als een persoon die de middelbare leeftijd reeds bereikt heeft, laat staan een gepensioneerde? Het zal duidelijk zijn dat hier de nodige nuance in aangebracht moet worden. Vooral wat betreft het chapiter ‘beweging’. Wanneer we geconfronteerd worden met een vrouw van 22, is het aanzetten tot sporten (ook al heeft zij altijd de gymnastiekles ontlopen)  eenvoudiger dan bij een oudere seksegenote. Met andere woorden: het is vanzelfsprekend makkelijker een jongere binnen korte tijd in een optimale conditie te brengen dan een man van in de vijftig met een hamburgerobsessie, die hem hielp de uitpuilende voorraad buikvet waar hij nu mee rondloopt bij elkaar te blubberen. Tel daarbij een verleden van lange jaren zero sportbeoefening en je zult begrijpen dat we hier voor een wat moeilijker opgave staan, speciaal wat betreft sportbeoefening. Het idee dat je ergens te jong of te oud voor bent, wordt in het maatschappelijk leven doorlopend met luide stem in het sociaal besef geëtst.

DOE EENS NORMAAL…

Je weet hoe het hoort: gedraag je volgens je leeftijd! Je bent over de vijftig! Niet zo hard rennen, loop niet in een spijkerbroek en T-shirt rond, laat je grijze haar niet groeien tot hippie-lengte en je moet niet zo nodig een andere sport dan golf of sjoelbakken willen doen. Het is duidelijk dat dit dogma uit de volksmond, zonder hier overigens bij na te denken, met leeftijd bedoelt wat de kalender aanwijst. Binnen het veld van Age Management gaan we echter uit van de biologische leeftijd en – in tegenstelling tot wat de cijfertjes op je kalender zeggen - daar kun je wél iets aan veranderen. Meer op de lange termijn wanneer je zo rond je twintigste een start maakt met een gezondere lifestyle, dan wanneer je dit na je vijftigste doet. En blijf realistisch: je wordt hierdoor makkelijker weer achttien als je vierenvijftig bent, dan minus zestien als je op je twintigste begint.

DE EERSTE STAP

Age Management wordt vaak in één adem genoemd met ingrepen als facelift, botox injecties en dergelijke. Deze hebben zeker een plaats in het concept, maar we beginnen bij de basis en daar komt geen scalpel of injectienaald aan te pas.

VOEDING

Onder voeding verstaan we hier eten en drinken in de ruimste zin des woords. Het is onze taak binnen het geheel van de voeding, de juiste weg te wijzen naar een gezonder eetpatroon. Bereken je energiebehoefte, of laat deze globaal berekenen en zorg dat je niet meer en liefst iets minder kilocalorieën binnenkrijgt dan je nodig hebt. Ben je aan de start reeds te dik dan zal je enige tijd onder je caloriebehoefte moeten eten. Doe dat langzaam. Stort je niet in een gevaarlijk crash-dieet. Slik geen enkele bij de drogist of reformzaak verkochte pil met het idee dat je daardoor vet zult verbranden. Meer bewegen is uiteraard geboden, maar we hebben het hier over voedsel op zich. We gaan hier nog niet in het diepe door je te overspoelen met gedetailleerde informatie over voeding. Ik geef hieronder grofweg een aantal simpele verbeteringen, die in het dagelijkse voedingpatroon van het overgrote deel van onze bevolking zouden kunnen worden aangebracht. Dat doe ik aan de hand van de macronutriënten, de stoffen die ons direct of via een ingewikkeld proces van energie en/of bouwstoffen voorzien.

Koolhydraten Zonder dieper in te gaan op de verschillende soorten koolhydraten, kun je hier vanuit gaan:
Eet nooit enkelvoudige koolhydraten, ook wel simpele of enkelvoudige en tweewaardige suikers genoemd. Dus geen tafelsuiker, geen glucose, geen fructose, tenzij als supplement in intensieve sporten, zowel kracht- als duurdisciplines. Deze suikers verhogen het bloedsuiker, daardoor komt insuline vrij zodat de suikers sneller de spiercel in komen om het glycogeen zo efficiënt mogelijk weer op te bouwen. Tevens helpt insuline doordat de suikers aminozuren de cel in slepen. Normaal gesproken echter: geen suiker, dus ook geen snoep uit de super., Stevia een plantaardig product, waarvan het extract driehonderd keer zoeter is dan suiker, lijkt zonder meer de beste vervanger van suikers. Het is in Nederland (eindelijk) verkrijgbaar en ook aspartaam of cyclamaat zijn nog altijd betere zoetmiddelen dan suiker. Hetzelfde geldt in iets mindere mate voor de complexe koolhydraten, het zetmeel. Brood, pasta, rijst: eet als algemene regel alleen de ongeraffineerde varianten, dus volkoren in plaat van wit brood. Hetzelfde geldt voor pasta’s en ook rijst dient voornamelijk als zilvervliesrijst gegeten te worden. Door het raffinage proces haalt men de kiem en de zemel weg en dat zijn nu juist die delen van de plant die er door de natuur niet zomaar aangeplakt zijn. Ze vormen een essentieel deel ervan. Door die ruwvezel stoffen eruit te halen verarmen we onze voeding en gaan weer een onzalig stapje verder van de natuur af.

‘Zo kan het zijn dat je pas op je twintigste of later geleidelijk omschakelt naar een Age Management concept passende lifestyle.’

Eiwitten

Eiwit (Eiweiss) is de naam die de Nederlandse en Duitse wetenschappers gaven aan de stof die in het Angel Saksische taalgebied bekend staat als protein (van Grieks de eerste). Proteïne, eiwit dus, is inderdaad de belangrijkste stof in onze voeding. Het lichaam gebruikt de bouwstenen van eiwit, de zogenoemde aminozuren, voor de aanmaak van spier- en orgaaneiwit. Bij ernstige energietekorten kan eiwit deels omgezet worden in suikers en vetten. Bedenk hierbij dat dit een zeer ingewikkeld proces is, waarbij bijna net zoveel energie verloren gaat als het lichaam uit de proteïne kan halen. Voeg daar nog bij dat als er een en energietekort is (en dan bedoel ik niet benzine of elektriciteit, maar de brandstoffen voor ons lichaam) er ook altijd een – veel ernstiger - proteïnegebrek heerst. Bedenk steeds dat proteïne de belangrijkste voedingsstof is en dat er meer van gegeten moet worden dan die zielige één of anderhalve gram per kilo lichaamsgewicht die de overheid aanbeveelt. Ik bepleit een minimum van twee gram per kilo vetvrije massa. Nu komt proteïne vaak in zowel dierlijke als plantaardige voedingsmiddelen voor samen met vet. Denk maar aan een lap doorregen vlees of een hand vol noten. Magere kwark is in de supermarkt de beste en goedkoopste bron van eiwit. Proteïnepoeders zijn van groot belang omdat ze in klein volume veel eiwit leveren. Bovendien remt proteïne in de voeding het hongergevoel, zodat men geneigd is minder te eten. Dat was al bekend toen ik voor het eerst de collegebanken in schoof, maar is onlangs door Dokter Frank van Berkum en de zijnen als geheel nieuwe vinding geïntroduceerd.

Vetten

In tijden van schaarste, zoals in Nederland de hongerwinter van 1944-1945, wordt vet hoog gewaardeerd omdat het in een vrij klein volume de meeste energie geeft. Meer dan het dubbele van koolhydraten of eiwit. We onderscheiden twee soorten: vetten die rijk zijn aan verzadigde vetzuren. Deze vind je in vlees, boter, melk, kaas en in overmatige hoeveelheden in junkfood. Andere vetten zijn juist rijk aan enkel- of meervoudig onverzadigde vetzuren. Deze zijn bij kamertemperatuur vloeibaar in tegenstelling tot vetten die rijk zijn aan verzadigde vetzuren, welke bij kamertemperatuur (circa twintig graden Celsius) vast zijn (boter, bak- en braad, melkvet, vleesvetten).

Stapels wetenschappelijk onderzoek wijzen erop dat verzadigde vetzuren slecht voor hart en bloedvaten zijn en ook andere schade kunnen aan richten (diabetes, kanker). Onverzadigde vetzuren in bijvoorbeeld olijfolie zijn veel gezonder en dat geldt eens temeer voor visvetten. Heb je vet nodig om in te bakken: olijf- of zonnebloemolie. Vette vis als zalm kan in zijn eigen vet gaar gesudderd worden. Kortom: weg met dat eeuwige kleverige klontje boter.

Alcohol

Tenslotte hebben we alcohol (in feite chemisch een soort suiker, dan wel omgekeerd). Het levert maar liefst zeven calorieën per gram en zit daarmee maar nét onder vetten. Het zo nu en dan drinken van een glas alcoholhoudende drank kan voor gezonde mensen geen kwaad. Regelmatig drinken, zoals bijvoorbeeld elke avond een stuk of drie biertjes dan wel glazen wijn of whisky, is niet gezond te noemen en levert bovendien veel calorieën. Een blikje bier van 33 cl, levert ongeveer 130 calorieën. Lijkt niet veel, maar 3 x 130 = 390. Doe je het elke avond, dan kom je uit op zo’n 2800 calorieën per week. Meer dan de dagelijkse energie behoefte van de gemiddelde Nederlandse bevolking. Dipsomanie, het af en toe alcoholisch volkomen uit de band springen en je veel dingen die tijdens de roes gebeurd zijn niet kunnen herinneren, is minstens even slecht. Het allergevaarlijkst is dagelijks de hele dag door drinken. Nogmaals: dit betekent niet dat een glas wijn of whisky binnen de Age Management visie taboe is, mits het maar zeer zelden gebeurt. En ga geen drie flessen wijn drinken in plaats van bier, want de schade die de alcohol aanricht overtreft de antioxidatieve effecten van de in rode wijn aanwezig beschermende stof .

Schadelijke omgeving Probeer in een schone omgeving te wonen, met weinig of geen vervuiling van lucht of water en niet in de buurt van rook uitbrakende fabrieken of dampende autowegen. Dit is niet altijd makkelijk en vaak zelfs onmogelijk, maar probeer het. Naast de voeding is suppletie van belang en kom nou niet met het verhaal dat de dokter zegt dat het niet nodig is. Pure life extension, zoals door A4M, the American Academy of Anti Aging Medicine, nagestreefd wordt, somt hierbij ook nog de auto’s op waar je het best in kunt rijden om een ongeluk te overleven. Zover gaan we niet, want dan zie je door de bomen het bos niet meer. Ook gevaarlijke sporten (en dat zijn er veel, denken de mensen) komen hier niet aan de orde. Gevaarlijke sporten? Laat me niet lachen. Niet sporten, dat is pas gevaarlijk... Levensgevaarlijk!

Smakelijk, maar in de eerste plaats: gezond eten. 

 

Photo by Aryaziai.com
Photo by Soroush Karimi on Unsplash
Photo by Sarah Boyle on Unsplash
photo by pixabay.com
archief S&F 166
Aminozuren versus verkoudheid
2013 Het jaar van de kerncursussen