Gezondheid  Voeding 

Is gevarieerde voeding wel zo verstandig?

Sunday 21 October 2018
252
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

De schrijf van vier of vijf is de leidraad voor diëtist en gezondheidszorg. Een schijf met veel variatie waarvan gezegd wordt dat we er onze gezondheid en ons verlengde leven aan te danken hebben. Maar is dit wel zo?

Bij het bodybuilding bestaat de voeding uit min of meer een aaneensluiting van eentonige maaltijden. Buiten deze maaltijden mag de persoon soms ‘uit de band springen’. Dit soort dagen noemen we ‘junkfooddagen’. Wat mij opvalt is de sterke reactie van het lichaam op de ‘junkdagen’. Soms komen bodybuilders wel een kilo of meer aan van een dag. Ik heb een cliënt gehad die juist door de junkdagen niet van haar te hoge vetpercentage af kwam. Pas toen we rigoureus alle junkdagen schrapten, kwam ze op het podium terecht.

Waar vooral op gelet wordt tijdens het samenstellen van een sportdieet is de juiste balans tussen koolhydraten en eiwitten. Binnen een bodybuildingdieet gaat het er vooral om hoog in eiwitten en over het algemeen laag in koolhydraten te blijven. Op veranderingen reageert een lichaam snel. Het lichaam van de bodybuilder is een juist daarom een heel interessante bron van kennis over voedingsvariatie. Bij gevarieerde voeding blijkt het lichaam bijna niet te groeien en reageert slecht op afbraak van vetten. Wanneer de schijf wordt toegepast blijft het resultaat heel slecht. Door eliminatie van veel voedingsoorten en variaties binnen de maaltijden kom je er achter dat de mens eigenlijk altijd gewend is geweest is om eenvoudig en vooral eentonig te eten. Dit zette mij
aan tot een korte historische studie. Wanneer we terug gaan in de tijd zien wij dat de variatie binnen het voedingspatroon pas begin vorige eeuw is begonnen.

In onze films en boeken nemen wij kennis van uitgebreide maaltijden bij de adel waarin veel variatie wordt beschreven. Als je dan de datum bekijkt waarin het boek geschreven is, blijkt dat dit over het algemeen naoorlogse boeken zijn. In de vooroorlogse boeken is er zelden sprake van veel variatie. Op de tafels verschenen veel vleessoorten. Zelden was er sprake van groenten en nog minder van zuivelproducten. Groenten en fruit werd gezien als voeding voor de armen. Koolhydraten kwamen op het menu in de vorm van aardappelen en brood en werden meestal als zelfstandige maaltijd gegeten. Het eten van gecombineerde maaltijden kwam pas in de zeventiende en achttiende eeuw in zwang. In landen als China was er wel veel variatie in de voeding , toch gingen de mensen jonger of op gelijke leeftijd dood in vergelijking met de westerse landen. Bij bestudering blijkt dus geen direct aanwijsbare relatie tussen variatie in de voeding en een verbeterde gezondheid. Dit is een vreemde conclusie die sterk indruist tegen alle huidige opvattingen. Het blijkt dat vooral verbeterde hygiëne de belangrijkste oorzaak is waardoor we zo snel en sterk konden verouderen.


Bestuderen we de maaltijden van de gehele wereldbevolking dan zien wij dat in de voorbije eeuwen er nergens sprake was van variatie binnen de voeding en zeker niet bij armere bevolkingsgroepen. Nog enger gesteld: sinds wij zoveel variatie
binnen ons voedingspatroon kennen, zijn de variaties in ziekten en de heftigheid daarvan alleen maar toegenomen.
De grote vraag is nu of wij die variatie wel nodig hebben of dat alles, net als bij de melkverhalen, berust op commerciële
marketing? Wanneer we de menselijke biologie bestuderen, ontdekken wij al snel dat ons verteringskanaal meer omnivoor dan herbivoor is. Het lichaam is van oudsher meer ingesteld op vlees dan op groente. Door de verandering van jager naar boer moest het lichaam wel wennen aan een verandering binnen het voedingspatroon daar er niet elke dag, het gehele jaar door vlees kon worden gegeten. Vanaf het moment dat de mens boer werd, kwam er met enige regelmaat voeding op het bord.
Voor dit moment at de mens alleen wanneer er voeding was, er was geen enkele regelmaat.

‘Door variatie worden ook maag en darmen zwaar belast.’

Vanaf het moment dat de mens boer werd, is er enige regelmaat in voedingsinname gekomen. Daarvoor kon de mens dagen zonder voeding doorbrengen zonder aan kracht in te boeten. Hierbij moet sterk worden aangedrongen op de relativiteit van het woord regelmaat. De boeren uit het verleden hebben lange perioden van hongersnood gekend. Daardoor leerden de boeren anders met voeding om te gaan en werd het conserveren en voedsel bereiden geleerd. De basis van de huidige kookkunst werd toen gelegd.

 

Tijdens deze periode veranderde ook de samenstelling van de voeding. Er kwamen meer koolhydraten op het menu. De vormen van de koolhydraten waren onder andere het brood en de pannenkoekachtige producten (platte ronde schijven zoals de sjapatty). Door armoede kwam de groente op het menu en niet omdat de mens het zo graag wilde eten. Groente werd daarom altijd gezien als voedsel voor de armen. 

In de onderzoeken naar veroudering komen we ook heel veel interessante informatie tegen over voeding bij zeer oude mensen en over de gebieden waar de gemiddelde leeftijd (veel) hoger ligt dan de omliggende gebieden. Hierbij kijken we naar de Hunsa die leven in de Himalaya en de Japanners uit een deel van Okinawa. Beide groepen vertonen een gelijkenis die niets met de manier van eten te maken heeft. De Hunsa richten zich op het eten van abrikozen en de Japanners op het eten van vis. Er is werkelijk geen enkele gelijkenis in dit geval. Toch worden beide groepen, ondanks de totaal verschillende weeromstandigheden en zelfs samenstelling van de lucht, ouder dan mensen in omliggende gebieden. Het blijkt dat beide groepen vooral eenzijdig eten. Door de eenzijdigheid is het lichaam in staat de gegeten producten optimaal te benutten en alle bruikbare stoffen eruit te halen. Ook blijkt dat bij deze groepen de ontlasting minimaal is. Er is dus weinig restproduct.

Bij een gevarieerde voeding kan het lichaam niet het maximale rendement uitde voeding halen en is er relatief veel restproduct. Door de variatie worden ook maag en darmen zwaar belast. Het enzymatisch systeem moet zich aan elke maaltijd aanpassen en er is veel onderhoud aan de darmflora nodig om elke keer optimaal een maaltijd te verteren. Gezien deze optimalisering van activiteiten binnen het maagdarmkanaal kan geconcludeerd worden dat het ontstaan van veel maag- en darmproblemen een gevolg kan zijn van te veel gevarieerde voeding.

‘Sinds wij zoveel variatie binnen ons voedingspatroon kennen, zijn de variaties in ziekten en de heftigheid daarvan alleen maar toegenomen.’

Commercialisering van de voedingsmarkt heeft tot gevolg dat er geconsumeerd moet worden. Veel vegetariërs, macrobioten en andere mensen die zich bezig houden met voeding waarschuwen al jaren lang dat voeding, net als training, geperiodiseerd moet worden. Voeding moet aangepast zijn aan zowel het jaargetijde als de omstandigheid waaronder mensen leven. Een andere belangrijke stelling is dat de menselijke vertering zijn oorsprong vindt in de eerste vier levensjaren van het individu. Tijdens deze levensjaren maakt het lichaam kennis met voeding en leert hierop anticiperen. De maag en darmen worden getraind op voedselherkenning. Een direct gevolg van herkenning is de reactie. Elk lichaam reageert na herkenning met de productie van enzymen. Deze enzymen zijn voedingsspecifiek en worden ingezet bij alle verteringsprocessen. De samenstelling is afhankelijk van de ingenomen voeding in vooral de eerste vier levensjaren.

Wanneer mensen over de wereld gaan reizen, komen ze andere voeding tegen. Het eigen lichaam reageert wel op deze
voeding maar daarmee is nog niet bekend of deze reactie wel gezond is. Er is weinig of geen onderzoek naar het eten van territorium vreemde voeding zoals importproducten. Daarnaast is het duidelijk dat geïmporteerde mensen ook niet echt kunnen wennen aan het lokale voedsel. Er blijft een fysiek verlangen naar de voeding van hun jeugd. Veelal wordt gesteld dat smaak de oorzaak is van dit verlangen, maar het blijkt dat de samenstelling van deze voeding het lichaam gewoon beter doet functioneren. Er is dus wel sprake van fysieke verplaatsing van een persoon maar de maag en darmen zullen zich niet of nauwelijks aan de verplaatsing kunnen aan passen. Er blijft een intern ‘verlangen’ naar het oude.

 

 

Conclusie: ondanks de enorm sterk gepropageerde variatie binnen de voeding ontstaan er steeds meer problemen met voeding en maag- en darmaandoeningen. Deze aandoeningen blijken bij eenvoudige en niet sterk variërende voeding niet of nauwelijks voor te komen. Tevens blijkt dat gevarieerde voeding niet heeft geleid tot onze veroudering en het is maar de vraag of dit zelfs bijdraagt aan onze gezondheid. De resultaten van honderdduizenden bodybuilders op eenvoudige niet gevarieerde voeding spreekt boekdelen.
Bij deze groep is er groei, behoud van vetvrije massa, krachttoename en een min of meer verbeterde gezondheid.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat gevarieerde voeding in twijfel getrokken moet worden als zijnde gezond en als hulp bij veroudering.

Een andere groep waarbij gevarieerde voeding eerder averechts werkt zijn de ouderen. Mensen die ouder worden, geven aan dat zij weinig variatie wensen binnen hun maaltijden. Bij deze groep wordt er vaak gesteld dat zij iets niet meer ‘lusten’. Sommige voedingsproducten gaan de ouderen zelfs tegenstaan. Het blijkt dat een gedwongen variatie leidt tot verminderde energie en een afname van de gezondheid. Een homogeen, conservatief en eentonig dieet blijkt deze bij deze ouderen juist tot verhoogde energie en verbeterde lichamelijke en geestelijke gezondheid te leiden.

Vraag aan jou is: wat zijn jouw ervaringen met gevarieerde of juist niet-gevarieerde voeding. Laat mij dit weten en het kan mogelijk aanleiding vormen voor een grootschalig wetenschappelijk onderzoek.

door Arnout van der Veere
Photo by "https://thoroughlyreviewed.com"
Photo by stokpic.com
Photo by ddouk on pixabay
archief S&F 165
Terug in het ritme
Voeding: eiwitten van A tot Z