Gezondheid 

WIJ ZIJN ONS BREIN EN MEER DAN DAT

Sunday 10 November 2019
67
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

In dit artikel plaats ik een aantal kritische kanttekeningen bij delen van professor Dick Swaabs populair wetenschappelijke standaardwerk ‘Wij zijn ons brein’. Met als ondertitel ‘Van Baarmoeder tot Alzheimer’. Zijn wij ons brein? Meer niet? Kijk, een CPU, HD en een aantal microprocessoren vormen het brein van een computer… Al vind ik persoonlijk een monitor, muis en toetsenbord toch wel erg handig. Zo ook met de hersenen, het bestuurscentrum van lichaam en geest, het geheugen. Maar wat zou het brein voor de mens betekenen zonder een scala van organen, welke doorlopend in wisselwerking staan met die grote grijze baas in je schedel?

 

INLEIDING

Dick Swaab is emeritus hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Verder staat hij aan het hoofd van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen en was hij dertig jaar lang directeur van het Instituut voor Hersenonderzoek. Swaab zowel nationaal als internationaal een onbetwistbare autoriteit op het gebied van de menselijke hersenen in de ruimste zin van het woord.

Eind jaren tachtig vorige eeuw, kwam Swaab in het nieuws door een artikel in het Parool naar aanleiding van baanbrekende publicatie van Swaab e.a. in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Brain Research. Hierin legde hij uit dat bij autopsies zijn onderzoek naar de hersenen van hetero- en homoseksuele mannen uitwees dat er tussen deze twee structurele verschillen bestaan in de hersenen. Swaab en co-auteur Hofman trokken hieruit terecht de conclusie dat seksuele voorkeur reeds in de baarmoeder wordt bepaald en er dus geen sprake is van een ziekte of zelfs maar van een keuze. In plaats van te reageren met een passend ‘so what’ voelden fanatieke homo’s zich gekwetst door de mededeling dat hun hersenen verschilden van die van hetero’s. Men meende in die tijd nog dat vrijwel elk gedrag bepaald werd door opvoeding, niet door erfelijkheid, en zeker niet door een verschil dat reeds in de baarmoeder ontstond. Swaab werd overspoeld met doodsbedreigingen en zijn tuin werd aan gort gedemonstreerd. Hij bleek echter gelijk te hebben en vandaag de dag is de vorming van de hersenen voor de geboorte algemeen geaccepteerd in medische kringen.

Dit terzijde, het gaat hier om zijn boek ‘Wij zijn ons brein’. Een zeer lezenswaardig boek, aanbevolen literatuur derhalve, maar hier en daar slaat de geachte emeritus hoogleraar een dwarsweggetje in en lijkt hij het spoor enigszins bijster. Dit gebeurt in hoofdstuk XIII Hersenen en Sport. Stapels wetenschappelijke publicaties concluderen al jaren dat sporten ( en dan heb ik het niet over topsport) een gunstige invloed op het fysiek en mentaal functioneren heeft. Vooral de motoriek, coördinatie en het cardiovasculaire systeem varen er wel bij, maar ook uiteraard de spieren. Ook depressies reageren gunstig op sportbeoefening, terwijl een op den duur gevaarlijke aandoening als obesitas door sporten en aangepaste voeding duidelijk minder wordt. Om maar eens enkele voordelen voor de gezondheid en het algemeen gevoel van welbevinden te noemen. Swaab ziet dat anders.

‘Hoe meer de hersenmassa toeneemt in verhouding tot het lichaamsgewicht, hoe langer we leven.’

 

KRITISCHE KANTTEKENINGEN

Mijn eerste kritiek betreft de ondertitel van de eerste paragraaf: ‘Neuropornografie: boksen’. Dat boksen hersenschade kan veroorzaken, is al heel lang bekend. Waar ik hier mee zit, is de term ‘neuropornografie’. Pornografie komt uit het Oud Grieks en betekent zoveel als ‘vuilschrijverij’. Ook bepaalde illustraties en beelden kunnen als pornografie worden beschouwd. Wat wel of geen porno is, hangt af van de visie en ethiek van de beschouwer. Pornografie is in onze maatschappij een door de meerderheid van de bevolking geaccepteerd verschijnsel. Swaab had dus de inhoud van deze paragraaf beter en exacter kunnen samenvatten met de tussenkop: ‘Neurocide’. ‘Cide’ betekent doden, moorden. Vergelijk genocide (volkerenmoord) en suïcide (zelfmoord). En inderdaad, bij harde slagen op de schedel of door een groot aantal minder harde klappen, kan schade aan de hersenen ontstaan. Dat weten we al sinds het begin van de twintigste eeuw. Dick beschouwt boksen als ‘primitieve agressie’. Ben ik het niet mee eens, noch met primitief, noch met agressie. Een goed getrainde bokser immers heeft juist geleerd tijdens een wedstrijd agressie zover mogelijk van zich te houden, maar zich gericht te concentreren op het ontwijken en blokken van punches en op de juiste momenten zelf punten te scoren. Oké, knockdowns en –outs komen voor en zijn populair bij het publiek. Dat zegt meer over de agressie van de toeschouwers dan van boksers of de verschillende takken van bokssport in het algemeen. Dementie en de ziekte van Parkinson komen vaker voor bij (beroeps)boksers dan bij een vergelijkbare groep van de bevolking. Harde kopballen bij een sport als voetbal veroorzaken overigens eveneens hersenschade. Ook het hormonale systeem kan bij teveel en/of te harde punches aangetast worden door schade aan de hypothalamus en hypofyse

VERBIEDEN?

Dick Swaab is frevent voorstander ven een verbod op het beroepsboksen en eigenlijk op boksen in het algemeen. Hij hanteert hierbij argumenten, welke in feite beneden zijn stand zijn. Wat te denken van: “Het wachten is op een regering die het aandurft Nederland te laten toetreden  tot de beschaafde wereld en boksen te verbieden.” Hij verwijst hiervoor naar de volgende landen, die kennelijk met zijn vijven de hele beschaafde wereld vormen: Noorwegen, Zweden, IJsland, Cuba en Noord-Korea. Wat nu? Zweden, Noorwegen, IJsland? Tot daar aan toe, afgezien van de rotgewoonte van de laatste twee naties walvissen uit te blijven moorden. Maar Cuba en Noord Korea? Communistische dictaturen, waar beroepsboksen niet verboden is omdat er schade aan de hersenen kan ontstaan, daar zorgt het systeem in Pyongyang wel voor, maar omdat het politieke dogma dit verbiedt. Hoeveel Noord-Koreaanse en Cubaanse beroepsvoetballers ken je? Juist. Ook de visie dat boksers er zelf voor kiezen en de risico’s zouden – moeten - kennen, kan geen genade vinden in de ogen van de professor, want: “In Nederland is het al eeuwen verboden vrijwillig met elkaar te duelleren en elkaar te doden.” Lijkt plausibel, maar deelnemen aan een klassiek duel (met pistolen of sabels) is helemaal geen vrijwillige keuze. Een duel werd uitgevochten omdat iemands eer gekrenkt was. Een andere tijd en een andere cultuur. Vrijwel elk duel eindigde met de dood van één en soms van beide partijen. Zeker, er sterven boksers door het beoefenen van hun sport, maar dat zijn betreurenswaardige ongevallen, niet het vooropgestelde doel van een boksmatch.

Wanneer Dick schrijft: “Je zou je kunnen afvragen of een zekere mate van dementie niet al bestond op het moment dat ze voor deze barbaarse vorm van ‘sport’ kozen”, voel ik me persoonlijk aangesproken. Toen ik besloot te gaan boksen, stelde ik mezelf de voorwaarde: “Eén keer verliezen en ik stop.” De gevaren voor de hersens waren mij immers wel degelijk bekend, evenals mijn beperkte technische vaardigheden. Na zeven winstpartijen eindigde een wedstrijd onbeslist. Ik vond dat al voldoende reden om te stoppen en ik heb mijn studie soepel voltooid. Het moet dus wel meegevallen zijn met die hersenschade. Die vrije keuze heb je als bokser namelijk ook: ermee ophouden. Hierbij sluit een reactie een bevriende K1 bokser aan: “Die professor vergeet een ding: als je geen hersens hebt, kunnen ze ook niet beschadigen.’’ Helpers weg. Volgende ronde.

 

 

 

FITRACE NAAR DE DOOD

De kop van de derde paragraaf heeft de ondertitel: “Hoe komt men er nu bij dat een andere sport dan denksport gezond is?” Voor argumenten om wel te sporten, verwijs ik naar de inleiding. Hier wil ik volstaan met het doorlichten van Swaabs argumenten. Daar gaan we: “Onze gemiddelde levensverwachting is de laatste honderd jaar gestegen van 45 naar bijna 80 jaar, terwijl we in dezelfde periode steeds minder lichamelijke inspanning behoefden te verrichten.” Hieruit trekt Swaab impliciet de conclusie dat uit deze gestegen maximale leeftijd zou volgen: ‘Mooi, langer lui dan moe’. Zo’n argument is een wetenschapper van Swaabs kaliber onwaardig. Er wordt grofweg gesuggereerd dat de stijging van de maximale leeftijd te danken is aan minder bewegen. Verbeterde hygiëne en toenemende ontwikkelingen in medische technieken en geneesmiddelen – de belangrijkste oorzaken van het stijgen van de maximum leeftijd - schijnen er niets toe te doen. 

Gewoon minder bewegen, dus zeker niet sporten. Nee, professor Swaab, houdt niet van sport, dat is wel duidelijk. Dat is natuurlijk zijn goed recht, maar de klacht dat je door toenemende populariteit van sporten ‘niet meer rustig door een bos kan lopen zonder te worden ingehaald  door hijgende, zwetende en overduidelijk lijdende joggers’, klinkt als de irritatie van een ouwe zeurkous. Lijdend? Wellicht  ‘No pain, no gain’ immers  Wil je je grenzen verleggen dan moet je nu en dan afzien. Dat geldt niet alleen voor sport, maar evenzeer voor het dagelijks leven.

Nog meer sport ellende? Ja, vijftien procent van de dwarslaesiepatiënten liepen die verlamming op bij sportbeoefening. Zuiver mathematisch betekent dit dat 85 procent van de dwarslaesiepatiënten de beschadiging van het ruggenmerg niet bij het sporten had opgelopen. Cijfermatig een goede reden om te gaan sporten dus! Bovendien wordt er een belangrijk feit over het hoofd gezien. Verreweg de meeste mensen gaan sporten om de eenvoudige reden dat zij er plezier in hebben. Dit plezier in bewegen geldt niet alleen voor de mens, maar evenzeer voor andere zoogdieren, al is het spel in die groep minder gereguleerd dan in de mensenmaatschappij. En nu we het toch over plezier hebben  Vrijwel iedereen met meer dan een jaar voortgezet onderwijs, weet dat de drang tot seksuele activiteit in de hersenen ontstaat en wordt gestuurd. 

‘Dat topsport en wetenschap heel goed samen kunnen gaan, bewijst Harm Kuipers.’

Voor de uitvoering zijn echter meerdere organen nodig en er wordt zoveel bij bewogen, dat je het bijna sport zou kunnen noemen. Ik vraag me af of Swaab ook bij deze bezigheden afraadt je teveel in te spannen. Want bewegen en vooral veel en snel of zwaar bewegen, verkort het leven. Dat immers werd in 1924 immers al beweerd door de onderzoeker Pearl. ‘Hoe sneller de stofwisseling, hoe korter de levensduur.’ De wetenschapper Sohal deed experimenten met vliegen en concludeerde dat hoe meer vliegbewegingen het insect maakte, hoe eerder het dood neervalt. Als je de vliegen echter tussen twee plastic platen laat rondscharrelen en hen zo het vliegen onmogelijk maakt, dan leven ze drie keer zolang. Fraai experiment. Miljoenen jaren evolutie hebben de vlieg het vermogen tot vliegen gegeven, maar zijn ze zodanig ingesloten, dat ze alleen nog maar wat armetierige fladderbewegingen kunnen maken, dan worden ze driemaal zo oud. Vertaald naar de mens: als je een persoon opsluit in een cel van een bij twee met een heel laag plafond zodat hij of zij niet rechtop kan staan, dan gaat de maximumleeftijd kennelijk omhoog van 80 naar 240 Gewoon wat rekenen joh De vraag is welk individu op die manier 240 jaar oud zou willen worden. Dit nog afgezien van het feit dat ze binnen een dag of tien compleet krankzinnig worden. Het gaat in het leven niet alleen om de lengte, maar ook, en in de eerste plaats om kwaliteit.

Swaab gaat nog wat verder en zakt af tot platitudes en vooroordelen met zinnetjes als ‘ wantrouw ik elke jogger’ en ‘In sportscholen spuit men zichzelf vol met anabole steroïden en voorheen gebruikte men groeihormoonpreparaten, die soms besmet bleken met de ziekte van Creutzfeldt Jakob, een razend snel verlopende vorm van dementie’. ‘Voorheen’ verwijst naar de periode voor 1984 toen het biosynthetisch groeihormoon nog niet was uitgevonden.

 

GROTERE HERSENEN LANGER LEVEN

Hoe meer de hersenmassa toeneemt in verhouding tot het lichaamsgewicht, hoe langer we leven. Dat kun je bereiken door het voortdurend stimuleren van de hersenen nieuwe informatie op te nemen en je nieuwe vaardigheden eigen te maken. Helemaal mee eens. En, aldus, Swaab: “Bovendien zouden eminente wetenschappers grotere hersenen hebben en ook langer leven.” Klinkt logisch, maar ik wilde toch een klein proefje doen, waaraan overigens geen enkele wetenschappelijke waarde mag worden gehecht. Gewoon ter illustratie. Uit mijn hoofd heb ik de namen van acht eminente wetenschappers opgeschreven en ben toen eens gaan kijken hoe oud ze geworden zijn. 

 

Galileo Galilei  77
Leonardo Da Vinci  67
Desiderius Erasmus  73
Isaac Newton  84
Albert Einstein 76
Amadeo Avogrado  79
Enrico Fermi  53
Antoine Lavoisier  50
Gemiddelde leeftijd  69,875

 

Niet spectaculair dus en zelfs minder dan de gemiddelde maximale leeftijd van vandaag de dag. Met welke sporters kan ik deze acht eminente wetenschappers vergelijken laten we eens een groep nemen uit een sport die Dick Swaab wel zo’n beetje het meest tegenstaat. Boksers. En dan maar gelijk pats boem! Alweer uit mijn hoofd en net als bij de geleerden geen rekening houdend met chronologie, schreef ik acht wereldkampioenen halfzwaar en zwaargewicht op.

 

Floyd Patterson 76
Max Schmeling 99
Jack Dempsey  87
Gene Tuney  81
   
Jersey Joe Walcott  80
Jess Willard  86
Tommy Burns  73
Ingmar Johanson  77
Gemiddelde leeftijd  82.375

 

Het oordeel laat ik aan de lezer over, maar deze dient zich wel te realiseren dat een andere keuze tot andere cijfers geleid zou hebben. Toch meer dan twaalf jaar verschil…

 

TENSLOTTE

Dat topsport en wetenschap heel goed samen kunnen gaan, bewijst Harm  Kuipers. In 1974 werd hij tweede op de wereldkampioenschappen allround schaatsen en in 1975 veroverde hij de wereldtitel. Hij voltooide naast zijn schaatscarrière een studie medicijnen en is thans hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Universiteit van Maastricht. Waarvan acte.

Het woord is aan Dick Swaab

door Peter van der Zon foto’s Shutterstock
archief S&F 165
POSEREN EEN VAK APART
Recept: Vietnamese salade met rode ui