Gezondheid 

Het geheim mentale veroudering

Thursday 19 December 2019
84
  • Facebook
  • Twitter
  • Pinterest

In de spreekkamer van de huisarts:

Dokter: Wat scheelt eraan?

Patiënt: Ik heb vast amnesie, ben zo vergeetachtig als het maar kan.

Dokter: Hoelang heef u daar al last van?

Patiënt: Waarvan?...

 

GEHEUGEN DOOR DE JAREN

Eén van de kenmerken van mentale veroudering, dat herhaaldelijk wordt genoemd, is de aftakeling van het geheugen met het vorderen der leeftijd. Dit is echter een grove simplificatie van het uiterst gecompliceerd fenomeen dat het geheugen is. Vraag je dit aan een willekeurige  voorbijganger, dan kun je antwoorden verwachten zoals: “Geheugen is wat je nog weet van wat er ooit gebeurd is”. Lijkt aardig, maar deze definitie is onvolledig en dus niet vol te houden. Geheugen is een verzamelnaam voor de verschillende lagen van het vermogen tot vastleggen, ophalen en bewerken van ervaringen. Iets gecompliceerder dan een computer, met een haast oneindige grote opslag capaciteit, maar je doet in principe hetzelfde als met je PC: opslaan, oproepen, eventueel bewerken en weer opslaan. 

We kunnen het menselijke geheugen verdelen in: ‘natuurlijk geheugen’ en ‘kunstmatig geheugen’. Natuurlijk geheugen is grotendeels zo niet geheel passief: beelden, personen, namen, cijfers, gebeurtenissen, kleuren en zelfs abstracties worden naar het zich laat aanzien automatisch opgeslagen in het geheugen. Dit proces is overigens selectief: niet alles wat er om je heen gebeurt, wordt even scherp weggeschreven naar die harde schijf in je schedel. Emotionele gebeurtenissen, zowel negatief als positief, zetten zich vaak tot in de details en voor langere tijd vast, terwijl alledaagse en routinematige gebeurtenissen óf, zeer vaag in de hersens zijn opgeslagen, óf simpelweg vergeten worden. 

Kunstmatig geheugen is dus actief. Het  omvat het gebruik van geheugensteuntjes, zoals een knoop in de zakdoek, lijstjes maken van dingen die gedaan en/ of onthouden moeten worden en ezelsbruggetjes om informatie efficiënter op te slaan en makkelijker toegankelijk te maken en op te roepen. Reeds op de basisschool wordt gewerkt met dit soort inprent-trucjes. Enkele voorbeelden van ezelsbruggetjes (memo technieken); ik wil hier voIstaan met de plantkunde: Spar, Den, Lariks. De inheemse naaldbomen. ‘S=Single. D=dubbel. L=legio. Om te onthouden dat een spar enkele, een den dubbele en een lariks legio (6) naalden per cluster heeft. En niet te vergeten de EHBO regel: het controleren van Ademhaling, Bewustzijn en Circulatie.

GEHEUGEN IN SOORTEN

En dan bedoelen we hier niet ‘een geheugen als een ijzeren pot’ of ‘een geheugen als een vergiet’, dat zijn individuele verschillen in de vaardigheid om de opgeslagen informatie op te roepen. Afgezien van het onderscheid tussen natuurlijk en kunstmatig, valt het geheugen te verdelen in de volgende categorieën:

  • sensorisch of zintuiglijk geheugen (zeer korte termijn) 
  • kortetermijngeheugen/werkgeheugen 
  • Langetermijngeheugen

 

Zintuiglijk geheugen

In feite niet meer dan het heel even blijven hangen van zintuiglijke indrukken. Dit geheugen werkt snel; alles wat je ziet, hoort, voelt, ruikt en proeft, wordt aanvankelijk vastgehouden in dit ‘ultra kortetermijngeheugen’. Een indruk moet minimaal zo’n 0.2 tot 0.5 seconden inwerken om bewust of onbewust voor hooguit enkele seconden te kunnen worden vastgehouden. Het belang van deze indrukken bepaalt of ze worden overgebracht naar het werk- en kortetermijngeheugen. Zo worden zintuiglijke indrukken die helemaal nieuw en verassend zijn, sneller naar het kortetermijngeheugen overgebracht dan indrukken waaraan je gewend bent. Dit sensorische geheugen neemt niet af met de leeftijd, al verandert er wel iets aan de efficiëntie waarmee indrukken van het ene naar de andere laag van het geheugen worden getransformeerd. Uitgaande van fysiologische wet ‘use it or lose it’ kunnen  we concluderen dat hoe minder men aan nieuwe indrukken wordt blootgesteld, hoe slechter dit transport van sensorisch naar korte- en Langetermijngeheugen verloopt. Gevolg: vastroesten in routines zonder iets nieuws te willen zien of leren, leidt tot een versnelde degeneratie van het geheugen en dus tot voortijdige mentale veroudering.

Kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen slaat informatie tijdelijk op. Wanneer hier niets mee gedaan wordt, vervagen en verdwijnen de indrukken. Als men de impressies niet herhaalt, overspant het kortetermijngeheugen hooguit één dag, meestal korter. Hoe werkt dat? Als we uitgaan van zeven ongestructureerde items, zoals een willekeurige reeks medeklinkers, dan krijgen we bijvoorbeeld dit;

KBSFGNH

Lees ze één keer in gedachten op en bedek het rijtje. Hoeveel medeklinkers kun jij je herinneren? Door van de consonantencombinatie één of meerdere woorden te maken, onthouden we de reeks beter. Met bovenstaande string is het bijna onmogelijk één, correct gespeld, Nederlands woord te maken en zeven woorden opsommen, gaat weer wat te lang duren, maar kijk eens naar de volgende reeks; 

KTHDRLN 

Ook zeven consonanten, maar als je meteen ziet welke klinkers er tussen de medeklinkers moeten worden gezet om een begrijpelijk woord te maken, dan vergeet je die string niet zo snel meer. Zie je het niet dan is de reeks precies even moeilijk te onthouden als de eerste. Oplossing: zie einde van de tekst. Heb je het woord  gezien? Kijk dan naar de volgende reeks van vijftien medeklinkers en probeer er woorden van te maken. Sleutelwoord: seizoenen...

LNTZMRHRFSTWNTR

Werkgeheugen

Het werkgeheugen, wordt wel gezien als een actieve component van het kortetermijngeheugen. De emotionele lading van een ervaring, zorgt ervoor dat deze eerder vanuit het kortetermijngeheugen wordt ‘weggeschreven’. Een ‘imprint trick’. Het was ooit gebruikelijk dat een  boer zijn opgroeiende zoon de grenzen van de landerijen duidelijk maakte door de knaap bij een bepaalde boom of ander oriëntatiepunt neer te zetten en hem ineens een keiharde klap voor het hoofd geven. Jochie in tranen, maar hij zal nooit meer vergeten hoe groot het gebied is.

Langetermijngeheugen

Hoe meer herhalingen, hoe vaster een reeks kan worden vastgezet ín en opgeroepen uít het geheugen. Hoe ouder hoe meer verleden. Dus iemand van 40 heeft een langere periode om op terug te kijken dan iemand van 30. Nu ligt het er natuurlijk wel aan hoe je je leven hebt ingevuld. Iemand die vanaf z’n 15e een saai baantje heeft gehad met louter routinewerk, heeft als hij veertig is in dezelfde tijdspanne, minder ervaringen opgedaan dan iemand van zeg 30 jaar oud, die vanaf zijn vroegste jeugd het avontuur heeft gezocht en steeds iets nieuws leert. 

Er bestaat een gevaar bij het cultiveren van een zogenaamd autobiografisch geheugen. Men brengt veel tijd door met het voor de zoveelste maal afspelen van hetzelfde filmpje van het leven en besteedt minder tijd en aandacht aan het nu en de toekomst. Bij bejaarden kom je een  gecultiveerd autobiografisch geheugen veelvuldig tegen en hoe sterker het sociale isolement, hoe sterker die drang om terug te kijken op het verleden. Het is dit soort geheugen dat het langst onaangetast blijft bij degeneratieve dementie van het type Alzheimer. Hetgeen niet wegneemt dat ook het langetermijngeheugen aan uitslijten onderhevig is. Wat je je van lang geleden herinnert, komt meestal niet exact overeen met hetgeen er gebeurd is.

Motorisch geheugen

Ik heb het over ‘motorisch geheugen’ waar de wetenschappelijke literatuur spreekt van ‘Muscular Memory’ (zie hieronder). Het motorisch geheugen bepaalt voor een belangrijk deel hoe snel men nieuwe bewegingen heeft aangeleerd. Binnen ons werkterrein betekent dit het aanleren van sportspecifieke bewegingen. Deze zijn in bodybuilding en fitness verhoudingsgewijs eenvoudiger dan wanneer je je bekwaamt in Martial Arts. Niet al te gecompliceerd dus, maar niet iedereen leert nieuwe vaardigheden in hetzelfde tempo. Ook hier geldt: hoe vaker je de bewegingen correct uitvoert, hoe steviger ze zich in het geheugen nestelen. Je kent die uitspraken als: “Wanneer je eenmaal kunt fietsen, verleer je het nooit meer”. Dat geldt voor de basisbewegingen, maar bijvoorbeeld niet voor je evenwichtsgevoel. Wie na een jaar of 10, 20 niet gefietst te hebben ineens weer op een fiets stapt, heeft vaak de grootste moeite het stuur recht te houden, terwijl een simpelere beweging als trappen, vrijwel gelijk verloopt. Bij alle sporten geldt dat eerst de technische vaardigheden moeten worden ingeslepen en pas later de belasting en intensiteit kunnen worden opgevoerd. Motivatie is een zeer belangrijke drijfveer om steeds maar weer bepaalde bewegingen te oefenen. Overigens is het niet zo dat iederee, óf een goed, óf een slecht geheugen heeft. Het verbale (talige) of mathematische (wiskundige) geheugen kan uitstekend ontwikkeld zijn, terwijl het motorisch geheugen minder soepel functioneert. Uiteraard is ook het omgekeerde mogelijk.

MUSCULAR MEMORY

Deze aanduiding wordt in wetenschappelijke kringen alom gebruikt als we het hebben over wat ik het ‘motorisch geheugen’ noem. Waarom is de naam ‘muscular memory’ onjuist? Welnu, in de sport en in het bijzonder binnen de krachtsport, verwijst de term ‘spiergeheugen’ naar een heel andere faculteit. Het vermogen van een spier(cel) om zich iets te ‘herinneren’. In casu, de kracht en massa die er, soms tientallen jaren eerder, geweest zijn. Ik weet niet of er ooit degelijk onderzoek naar is gedaan, maar ik heb het sterke vermoeden dat dit niet het geval is. Empirisch, dus uit waarnemingen in de praktijk, kunnen we echter de conclusie trekken dat iemand die in het verleden een flinke spiermassa heeft gehad en vaak pas na jaren weer begint te trainen, sneller terug op het oude peil is dan een, overigens vergelijkbaar individu, dat voor het eerst een halter in zijn of haar handen heeft. Of dat ‘geheugen’ gesitueerd is binnen de spier(cel) zelf, is niet bekend, maar omdat alle leerprocessen via het zenuwstelsel verlopen, lijkt het onwaarschijnlijk, maar niet bij voorbaat onmogelijk, dat actine en myosine over een eigen geheugen zouden beschikken. Datgene wat wordt aangeduid als ‘muscle memory’ is in feite ‘neuro-muscular memory’. Een bewegingpatroon dat sterk wordt ingeslepen (vgl. Kata’s lopen) voltrekt zich na een zekere stimulus, reflexmatig.

Stelling: Ieder individu is de optelsom van zijn of haar persoonlijke herinneringen, zoals deze in de hersenen zijn opgeslagen. Dit betekent dat ieder mens… nee, zelfs elk levend wezen dat over zintuigen beschikt een andere aaneenrijging van  herinneringen heeft. Dit gegeven maakt elk individu absoluut uniek. Niet alleen binnen de populatie die nu de wereld bevolkt, maar ook alle individuele levensvormen met een sensorische perceptie die ooit geleefd hebben.

DE HERSENEN

We kunnen ons afvragen wáár in de hersenen het geheugen is gelokaliseerd. Lastig, want het geheugen is meer een driedimensionale structuur, waarin verschillende hersencentra geactiveerd worden. Van cruciaal belang zijn o.a. de hippocampus en de cortex, de hersenschors. Het is bekend dat een schedeltrauma kan leiden tot het verlies van een bepaald deel van de hersenen. Dit maakt mensen bij wie door een ongeval of operatie hersenweefsel beschadigd is geraakt, tot dankbaar studieobject voor neurologen. Klassiek in de medische literatuur is de casus HM. Een Canadees bij wie zowel de hippocampus, als de temporaalkwabben (achter het slaapbeen gelegen centra) na een operatie waren beschadigd. Hierdoor was hij niet meer in staat informatie van het sensorisch geheugen adequaat door te geven aan het kortetermijngeheugen en dus al helemaal niet naar het duurzame langetermijngeheugen. De artsen en verplegers, die hem dagelijks behandelenden en verzorgden werden door de patiënt elke dag als volkomen nieuwe kennissen ervaren. Hij kon zich echter wel herinneren wat er gebeurd was vóór het trauma.

DEMENTIE

In de medische wereld wordt een onderscheid gemaakt tussen wat heet ‘normale veroudering’ van de hersenen en een versnelde aftakeling, ‘Dementia praecox’. De ziekte van Alzheimer is één van de meest bekende en beschreven aandoeningen van de hersenen. Bij autopsie ziet men dat de hersenen van een Alzheimerpatiënt ook morfologisch aftakelen. Bepaalde centra in de hersenen zijn door plaque bedekt en gekrompen. 

Normale verouderingsverschijnselen beginnen met een daling van het vermogen nieuwe informatie op te slaan, iets nieuws te leren. Dit geldt zowel voor het fysiek als psychisch functioneren. Het reactievermogen daalt in de loop der jaren, terwijl later ook het oproepen van informatie uit het langetermijngeheugen trager verloopt. Deze veranderingen zetten al op jonge leeftijd in. Een kind van vier wint geheugenspelletjes van een twaalfjarige. Logisch zou je denken, want die hele harde schijf is nog vrijwel leeg. Zeker vóór de kleine, heeft leren lezen en schrijven. Bij jongvolwassenen (20-30) valt deze vertraging nog niet zo op, maar als regel geldt: hoe minder actief je bent (zowel lichamelijk als geestelijk) hoe eerder je geheugen functieverlies vertoont...

PREVENTIE EN HERSTEL 

  • Het voorkomen van normale aftakeling van het geheugen, begint eigenlijk al vóór de conceptie. Daar heb je dus zelf niets over te zeggen. Vitaminen-, mineralen- en antioxydantenstatus van de moeder zijn van cruciaal belang. Ze mag eigenlijk niet roken en geen alcohol drinken of drugs gebruiken. Ook met geneesmiddelen moet voorzichtig omgesprongen worden. 
  • En na de geboorte; stel baby bloot aan velerlei zintuiglijke indrukken, kleuren, geluiden, aanrakingen, geuren etc. Nieuwe ervaringen creëren synapsen in de hersenen. Synapsen zijn netwerken van zenuwverbindingen. Hoe meer synapsen, hoe effectiever de mentale matrix, zodat het kind later makkelijker leert en zich beter ontwikkelt. 
  • Blijf zowel mentaal als fysiek actief. En vergeet hierbij niet dat deze gebieden elkaar wederzijds beïnvloeden. Mentaal: iets nieuws leren  en steeds weer nieuwe uitdagingen aangaan. Fysiek: bewegen, bewegen en nog eens bewegen. Hierbij speelt de sport uiteraard een belangrijke rol. Niet onvermeld te laten is het gegeven dat met name kracht- en massatraining het aanleggen van nieuwe synapsen bevordert. 
  • Om je hersenen in goede werkconditie te houden: verander bij een aantal dagelijkse bezigheden, de hand waarmee je deze uitvoert. Niet met je dominante hand dus. Probeer onder andere met je niet dominante hand te schrijven en je op te maken of te scheren. 
  • Houd je aan een zo natuurlijk mogelijke, eiwitrijke, vetarme en vezelrijke voeding. 
  • Suppleer je voeding met multivitamines, vitamine C, D, E, en antioxydanten. Drink regelmatig koffie en groene thee. Zorg dat je op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen. 
  • Wees zeer matig met alcohol en andere drugs.

“Als onze hersenen zo simpel zouden zijn, dat we ze konden begrijpen, zouden we te simpel zijn óm ze te begrijpen.”

NOG EEN GLAASJE?

Dat alcohol ook na incidenteel gebruik het geheugen negatief beïnvloedt, is duidelijk. En dan heb ik het niet eens over de bij alcoholisten veelvuldig gesignaleerde ‘black outs’. Alcohol is toxisch voor de hersenen en werkt een vitamine B-gebrek in de hand, waardoor aandoeningen als de ziekte van Korsakov ontstaan. Maar bij gebruik van kleine hoeveelheden? Zie schema:

Inprenten van 20 woorden. Na 24 uur oproepen van deze woorden. Aantal woorden dat onthouden werd. 
Nuchter  Nuchter  15 
Nuchter  Alcohol  11
Alcohol  Alcohol  10
Alcohol  Nuchter  5


Het zal niemand verbazen dat zowel tijdens het inprenten als oproepen, het best gepresteerd wordt wanneer men nuchter is. Toch blijkt de invloed van alcohol een sterkere stoorzender voor het inprenten dan voor het oproepen. Lesje?: als je iets geleerd hebt, terwijl je een borrel op had en je wilt de volgende dag zo goed mogelijk voor de dag komen, dan lijkt het beter op die tweede dag een alcoholische versnapering te nemen. 

door Peter van der Zon
Photo by Camilo Rueda López on Flickr
Photo by tiramisu on pixabay
Photo by phtorxp on pixabay
archief S&F 161
BCAA'S for dummies!
Suiker: Nutriënt of supplement?